De abdij van Kornelimünster ten zuiden van Aken had in de 9e eeuw de zeggenschap over de streek waarin Geulle lag. Toen in de 14 eeuw de abdij in financiële moeilijkheden kwam de abdij in het bezit van de Heren van Valkenburg. In het midden van de 16e eeuw verpandde Karel de Vijfde de burcht aan Coenraet van Gavere de Heer van Elsloo.  Op zijn beurt kocht de Heer van Hoensbroek in 1594 het kasteel van zijn neef de Heer van Elsloo. Deze liet er een kasteel bouwen ter vervanging van de oude burcht. Het bleef gedurende lange tijd in het bezit van de familie. Een van deze heren, Philip Willem, ging er wonen en Geulle werd vanaf dat ogenblik een graafschap. Herman de  Negende was de laatste van Hoensbroeck in de mannelijke lijn. Zijn enig kind, Anna Maria, huwde in 1748  met Franz von Hohenzollern, en daarmee deed de hogere adel zijn intrede, want uit dit geslacht komen de latere Duitse keizers. Zij kregen vier kinderen en eentje Felicitas huwde met graaf Hoensbroeck de Cartils tot Neufchateau. Een van hun dochters, ze hadden er drie, Philipine, huwde met de Belgische graaf de Hamal en zij verbleven tot 1842 op het kasteel. Toen achtte de graaf de tijd gekomen om iets nieuws te doen en hij verkocht in dat jaar het kasteel aan de graaf d’Oultremont. Die brak in 1847 het hoofdgebouw af en bracht alle verdere kostbaarheden naar zijn kasteel in Brussel of verkocht ze openbaar. De andere gebouwen werden lang door de rentmeester en burgemeester bewoond. ImageIn de jaren 70/80 van de vorige eeuw werd er een grondige restauratie gedaan en nu oogt het als een plaatje. Elke keer als ik er op mijn renfiets langs kom zie ik de magistrale schoonheid. Nu is er een B&B en ademt het de luister van weleer.

* Mijn historische avonturen roman “Helletocht naar de grotten” speelt ook rond 1760 voor een deel op dit kasteel.

 

Advertenties