Vrijthof te Maastricht in de 18e eeuw

Het Vrijthof in vroeger tijden. U mag zelf invullen wat u ervan vindt. Misschien mist u de huidige drukte, de ambiance, de terrasjes, de stromen toeristen! Het is echter een momentopname die past in een bepaald tijdsbestek. Niets blijft hetzelfde, en willen dat het nu weer zo was, gaat niet meer. “Het heet wel get”, zou de Maastrichtenaar zeggen. De situatie van het plein is twee en een halve eeuw later overigens goed herkenbaar. Buitenlandse toeristen hebben het zo aanschouwd. Ook de Engelse dichter Southy, die in de herfst van 1815 Holland bezocht. Hij vond zijn onderdak in het bekende hotel “Le Levrier”. Eerst was hij een beetje teleurgesteld over de ligging, te ver van het Vrijthof, maar naderhand raakte hij onder de indruk van de hoffelijkheid en goede manieren van de bazin. Zij verraste de gasten na het diner zelfs met een grote schotel wilde aardbeien. Hij beweerde er een raaf gezien te hebben die Napoleon kon zeggen. Samen met zijn reisgenoten huurde hij voor zes francs per stuk twee rijtuigen die hun naar de St.Pietersberg zouden brengen. Het werd geen aangename tocht. Een van de paarden was erg wild, waardoor het rijtuig bijna omsloeg. Door de hevige regen waren de paden nagenoeg onbegaanbaar, tengevolge waarvan de dames te voet moesten in hun lange jurken. Toen ze eenmaal in de berg waren, realiseerde hij zich dat ze volledig overgeleverd waren aan de gids. Hij vond het onverantwoord om met slechts een gids de berg in te gaan. Daarbij had de man maar twee fakkels tot zijn beschikking. Ze verlieten de berg aan de kant van de Maas, bij de ruine van het voormalige klooster der Minderbroeders. De Fransman Beauregard beschreef Maastricht in 1894 als een dode stad, die alleen leefde als de kinderen uit school kwamen en de arbeiders uit de fabrieken. De laatstgenoemden stonden over de hele wereld bekend om hun slechte werkomstandigheden. Dat laatste had hij overigens van horen zeggen. Hij vond het stadspark verrukkelijk. Maar ook daar was niet alles kits. Vaak werd het park onveilig gemaakt door lokale bendes straatjongens, die met elkaar om de hegenomie in de stad vochten. Ook zag hij veel verdachte personen die langs de oevers van de Maas rondhingen. Hebben we dat alles al niet nog eens gehoord?

Advertenties