Maastricht had in de loop ter tijden een belangrijke plaats in vooral onze regionale geschiedenis ook al werd die vaak bepaald door vreemde en externe factoren. Daarin speelde de St.Pietersberg vooral een tijden van oorlogen en spanningen een belangrijke rol. Daarnaast is berg natuurlijk als cultuurhistorische icoon van belang, een belang dat vaak door verantwoordelijken werd opgeofferd aan ook wel begrijpelijk commerciële belangen. De berg ligt als een vooruitgeschoven uitloper van de achterliggende heuvels tussen het Maasdal en het Jekerdal in. Het maakte de berg bij uitstek geschikt als nederzetting en later toen Maastricht een belangrijke vestingstad was geworden als plek van waaruit de stad bestookt werd met oorlogstuig. In 1672 beschoten de Fransen o.l.v. Lodewijk XIV vanaf de berg de stad met kanonnen, hetgeen de noodzaak tot het maken van een fort in 1701-1702 op de noordzijde van de berg versnelde. Het fort stond in directe verbinding met de onderaardse gangen. De Fransen probeerden bij latere aanvallen dan ook steeds om vanuit de vele onderaardse gangen het fort te vernielen. De historische betekenis van het gangenstelsel is overigens groter dan de militair-historische betekenis. De winning van mergelsteen heeft in de loop der eeuwen geleid tot een doolhof van gangen van ongekende omvang.

De oudste plattegrond is afkomstig van een genieofficier van het Franse leger en gemaakt ten tijde van de belegering in 1748. De kaart, groot 2m bij 75 cm, geeft de gangen weer vanaf het fort in zuidwaartse richting over een afstand van drie kilometer. Toch is de kaart niet nauwkeurig en het lijkt dat de officier, Masse, zich er met de Franse slag vanaf heeft gemaakt. De kaart die de Fransen na de inname van Maastricht in 1794 hebben gemaakt van het noordelijk gangenstelsel, is van betere aard. De plattegrond beslaat slechts een vijfde deel van de berg, maar is van grote accuratesse. De opmetingen gebeurden door de kapitein van de genie Houriez en zijn compagnon brigadechef Lagastine. De oudste beschrijvingen en opschriften in de berg dateren uit het begin van de 15e eeuw, toen de broeders van klooster Slavante er veelvuldig aantekeningen op de bergwanden maakten. Latere ontdekkingen uit de jaren veertig van de vorige eeuw leverden op dat er zelfs opschriften uit de elfde eeuw of nog ouder kunnen stammen. De oudst bekende beschrijving van de gangen is die van de Spanjaard Calvete d’ Estrella die op zijn reis door onze streken met Filips II ook de gangen van de St.Pietersberg bezocht.

Het gangenstelsel moet toen al een grote omvang gekend hebben. Er zijn opschriften uit 1570 van de Hertog van Alva en uit 1579 van de Hertog van Parma, maar ook van andere Spanjaarden uit die tijd. Een belangrijke bron van informatie vormen ook de vroeg 19e eeuwse publicaties van Bory de Sint Vincent, die de gangen nabij Caestert in verband gebracht heeft met de Romeinen. Als er al een uitgebreid doolhof van gangen was in de 15e eeuw, dan moet men al eeuwen eerder (voor de 10e eeuw ?) begonnen zijn met het uitgraven van gangen.

9890

Advertenties