De Weledelgestrenge Heer mr.W.Vignon, luitenant-hoogdrossaard van het Land van Valkenburg, aldus het proces-verbaal van het verhoor, voelde op 30 maart 1775 de vrouw van cipier Jacobus Bochman, Maria la Roche (wat een naam), stevig aan de tand over de jongedame Gertruijd Bosch. Geertruid was de jongste van de vier dochters van de beruchte Anthoon Bosch, herbergier en glazenmaker, wonende in de Heek tussen Valkenburg en Klimmen. Geertruid zou in twee gevallen met een bende waarvan ook haar vader deel uit maakte aan overvallen hebben meegedaan. Daarbij zou het gaan om de overval op de Frisschenhof in Aerensgenhout ( zie boek “Helletocht naar de grotten”) en om de overval op de Kluis te Schin op Geul, waar toen kluizenaars verbleven. Beide overvallen hebben zich in 1760-61 afgespeeld. Haar vader zou rond deze tijd volgens getuigenissen van bendeleden een vooraanstaande rol gespeeld hebben in de Bokkenrijdersbendes. Ook zou hij een leidende rol hebben gehad bij het werven van bendeleden. Daarbij hielpen een hapje en een drankje dat de arme sloebers toegespeeld kregen wel degelijk! Geertruid is vaker met en zonder tortuur verhoord door het gerecht. In dit artikel gaat het vooral over de rol  van La Roche waarvan men vermoedt dat ze iets meer weet over de dochter van Bosch.

Op donderdag 30 maart verschijnt de cipiersvrouw voor het gerecht. Aanwezig zijn naast Vignon, de schepenen (raadsleden) Wateler, Hotzhuijsen, van den Heuvel, van Gendt, Wilmar en en Wintgens. Maria heeft onder ede verklaard de vragen naar waarheid te zullen beantwoorden. Het begint informeel. Als Vignon haar vraagt hoe oud ze is, antwoordt ze dat in haar 52ste jaar is. Op de vraag of ze weet dat Geertruid op het Landshuis vast zit antwoordt ze bevestigend. Men vraagt verder! Is ze de dag tevoren, de 29ste, in  buurt van de cel van Bosch geweest? La Roche zegt dat dat inderdaad zo is. Heeft ze dan niet gezien dat er naast die “kamer” een gat in de wand was gemaakt?  De ondervraagde kan niets anders doen dan zeggen dat ze naast de deur van het cachot een opening in de muur heeft bemerkt. Heeft ze dan niet aan de gedetineerde gevraagd hoe het kwam dat daar een gat was, en of de de vrouw zelf wellicht dat gat had gemaakt? Maria zegt dat ze inderdaad de cel is binnen gegaan en Bosch naar het gat in de muur heeft gevraagd. Is het waar, zo luidt de volgende vraag, dat Geertruid haar toen heeft gesmeekt om niets te verklappen aan de schout? Heeft ze niet gezegd, “laat het gat maar dicht maken, ik zal me stil houden en als ze er naar vragen, zeg dan maar dat ik dit weer in een gekke bui heb gedaan”! La Roche antwoordt dat Bosch gezegd zou hebben dat ze naar haar moeder hadden willen gaan. Geertruid had haar wel degelijk gevraagd om niets van het voorval te verklappen. Toen Maria om zich heen keek ontdekte ze in de cel een lange nagel waarmee de gedetineerde waarschijnlijk het gat gemaakt zou kunnen hebben. De rechtbank vraagt haar daarna duidelijk of ze bij haar verklaring blijft. La Roche bevestigt haar verhaal nogmaals en omdat ze niet kan schrijven ondertekent ze met VVVV.

*** Het stevig opgeknapte pand waarin de herbergier Bosch en gezin gewoond hebben in de Heek.

huis bosch heek

 

 

Advertenties