De rechtbank liet op zaterdag 25 maart de z.g. recollectie plaatsvinden van de voorbije twee dagen waarop Bosch aan de tortuur van de scherprechter onderworpen was geweest. Ze werd zoals toen gebruikelijk ongeboeid buiten de gevangenis gebracht, “zonder pijn en banden”, en kreeg daar haar responsiven ( antwoorden) van de recente verhoren voorgelezen. Ze verklaarde dat alle door haar afgelegde getuigenissen vals en verzonnen waren. Ze tekende overigens eigenhandig het proces-verbaal van deze recollectie. Drie dagen later werd ze weer verhoord. Om drie uur in de namiddag vroegen de rechters haar waarom ze nu alles ontkende. Hoe was het mogelijk dat haar antwoorden precies overeen kwamen qua omstandigheden en details met de getuigenissen van andere gedetineerden die bij deze criminele zaken betrokken waren. Bosch antwoordde dat dat kwam omdat bendelid Heijn Packbier haar alles over de diefstal bij de kluizenaars had verteld. Weer beweerde ze nu dat ze ten tijde van de overval op de kluis bij Schin op Geul in Maastricht zou zijn geweest. Geertruid zei nu ook dat ze niet in Aerensgenhout kon hebben meegedaan aan de laffe overval op de Frisschenhof. Ook toen zou ze te Maastricht hebben vertoefd. Van de overval in Genhout had ze pas gehoord toen haar moeder haar in Maastricht had opgezocht. Deze had haar vol emotie verteld hoe de mensen uit de buurt haar vader van deelname aan deze overval beschuldigden.

De rechters waren uiterst benieuwd te horen waar Geertruid dan wel had gewoond in Maastricht. Ze antwoordde dat ze ten tijde van de overval te Genhout in de wijnkelder van Seigneur Servaas had gewoond. Dit was overigens de vierde plek waar ze telkens gedurende een jaar onderdak had gekregen. Haar eerste kamer had ze gekregen bij pastoor Maesen, daarna woonde ze bij heer Proost, de derde woonplek kreeg ze bij een zekere mevrouw Jacob. Zoals gezegd woonde ze het vierde jaar bij wijnhandelaar Servaas. Op de vraag waar ze verbleef toen de kluizenaars bij Walem overvallen werden, antwoordde ze dat ze toen nog bij haar ouders woonde. De ondervraging hield om half vijf op, waarna Geertruid zwoor dat ze waarheid had verteld. Op 29 maart tekenen de heren van de rechtbank aan dat herbergiers dochter inderdaad bij mevrouw Jacob gewoond heeft. De vrouw zou ook in deze periode overleden zijn.Na de periode van vier jaar Maastricht zou ze volgens eigen zeggen alweer acht jaar bij haar ouders in de Heek wonen. Combineer je de vier(vijf) en de acht jaar dan dekt deze opgave niet het alibi dat ze voorwendt voor de jaren 1760-1761! Daarna herinnert ze zich plotseling dat ze na haar tijd in Maastricht nog een jaar gediend heeft bij de pastoor van Mechelen. Dat zou kunnen inhouden dat ze contacten heeft kunnen onderhouden met bendeleden aan de huidige Belgische kant van de Maas. Verbindingen die inderdaad bestaan, zo blijkt uit de archieven.

Advertenties