postiljon

*** Een postiljon te paard blaast op zijn posthoorn als teken dat hij er aan komt (1672)

Lang voordat TNT Post haar medewerkers tot moderne loonslaven had gemaakt was de postiljon een man met aanzien. Hij beschikte over een paard en een adequate uitrusting. Voordat de postiljon en de latere postkoets er waren was er de bode die de briefpost tussen steden bezorgde. Hij was in dienst van een stad die het recht om de post te bezorgen verpachtte aan de hoogst biedende inschrijver! De port werd betaald door de ontvanger van de brief. Het ambt van bode was zwaar. De wegen waren slecht en bovendien was de bode een makkelijk slachtoffer van allerlei struikrovers. Toen het postverkeer intensiveerde in de tweede helft van de 16e eeuw nam de bode vaak iemand in dienst om de post te bezorgen. De nieuwe man heette vanaf nu bode en de oude noemde zichzelf de postmeester! Post werd ook vervoerd met beurtveren, die er eigenlijk waren om personen en goederen te vervoeren. De hogere inkomsten zorgden er tenslotte voor dat er steeds meer gebruik werd gemaakt van het paard bij de postbezorging. In 1642 al opende de Duitse Reichspost een lijn op het traject Roermond-Antwerpen. Het einde van de 80 jarige oorlog en de daaraan verbonden “vrede” maakte de situatie iets eenvoudiger. Veel cavaleristen hadden hun baan in het leger verloren en werden “omgeschoold” tot postiljon, de bereden postbezorger! Ze stonden hun mannetje en hun posthoorn zorgde ervoor dat hun aankomst en vertrek duidelijk hoorbaar was.

Als ze arriveerden moesten ze wel ter controle hun rijpas laten aftekenen. Ze vervoerden de briefpost in gesloten leren valiezen. De daarbij passende sleutel was alleen op het kantoor van vertrek en aankomst aanwezig. Een over het valies heen zittende klep zorgde er voor dat de postiljons op hun tussenstops de “tussenpost” daarin konden opbergen. De postiljons waren handige jongens. Het kwam voor dat ze opbrengst van deze extra post niet afrekenden of dat ze brieven bezorgden voor eigen rekening. Dit zorgde er voor dat hun schrale beloning een beetje opgekrikt werd. Wie nam het hun kwalijk? De heersende elite leefde immers net zoals nu in grote luxe. Iedereen die er bij betrokken was had er voordeel bij. De herbergier waar de postiljon zijn illegale post in ontvangst nam, de briefschrijvers die voor minder dan het normale tarief hun post verzonden en de postiljon zelf. De postmeesters kregen deze handelswijze natuurlijk in de gaten en hielden niet aangekondigde controles om deze “seer quade usantie” uit te roeien. In de praktijk werden er echter rond 1750 evenveel brieven legaal als illegaal bezorgd. Nederland was toen al Nederland!! De snelle postiljons waren in het begin grote concurrenten van de beurtschippers. Het Nederlandse platteland bleef vrijwel volledig van postbezorging verstoken. Het loonde niet om daar postiljons te laten rijden. Als een dorp op de route lag had het wel eens geluk dat er toch brieven bezorgd werden. De postmeesters verdienden goed aan de ritten vanuit Amsterdam naar andere steden. Toen de elite, lees de regenten, dit in de gaten kregen reserveerden ze deze handel voor zich zelf en hun familie. Het kon niet gek genoeg. De regenten benoemden postmeesters uit eigen familie die nog in de luiers lagen. Rochdale bedriegers, rabiate bankiers, privatiseringsgraaiers of mensen zoals Loek Hermans hebben altijd bestaan. Na verloop van tijd trokken der steden de bezorging van de post naar zich toe en kwam er een einde aan de zelfverrijking op dit gebied.

Alle zittende postmeesters werden op non-actief gesteld, maar wel met behoud van salaris. Dat kostte in 1752 zowaar 300.000 gulden en in 1802 nog 100.000 gulden per jaar. De baby’s van 1750 moesten immers ook hun oudedagsvoorziening hebben. Toen was ons land al gek. De gemiddelde leeftijd lag toen gemiddeld veel lager dan zestig. Duidelijk was dat het ambt door de elites werd overgeschreven op jongeren uit de eigen kring die nooit iets met het vak van postmeester te maken hadden gehad, maar wel de eerdere voorziening kregen.

 

 

 

 

Advertenties