Het nieuwe verhoor begon op vrijdagmiddag 22m juli 1775 om drie uur. Alvorens te beginnen maande de rechter Geertruid de waarheid te vertellen en niet met allerlei leugens en verdraaiingen op de proppen te komen. Het gerecht stelde haar eerst op de hoogte van de bevindingen van de twee onafhankelijke rechtsgeleerden wier advies immer geleid had tot het wederom onder tortuur verhoren van Bosch. Alvorens de scherprechter te activeren, kwam de rechtbank met een grote hoeveelheid namen. Bosch antwoordde dat ze deze allemaal kende omdat deze mannen de herberg van haar vader vaker frequenteerden. Het ging om een vijftigtal personen uit de Heek, Valkenburg, Vilt, Houthem, Meerssen, en Maastricht. Een van de personen uit Maastricht was een zekere Hanen uit de Brugstraat. Hij was soldaat geweest, getrouwd en had volgens haar een lang postuur. Bij de volgende Maastrichtenaar ging het om een andere inwoner van de Brugstraat. Hij zou een “leep oftewel ontstoken oog” hebben en de eigenaar van een stoffenwinkel zijn. Bosch noemde ook de naam van een herbergier uit Meerssen, Pieter Gulickers. Hij zou in een hoekhuis wonen en al grote kinderen hebben. Ze vermeldde ook nogal wat namen van mensen die op de vlucht geslagen waren voor justitie, of die inmiddels al dood of terecht gesteld waren. Het gerecht ontkwam niet aan de indruk dat ze ondanks alles toch zat te liegen en te draaien en besloot om half zeven de beul er bij te halen. Nadat ze op de martelstoel was vastgebonden beloofde ze ineens om de namen te noemen van de aanvoerders van de bende. Dat leidde ertoe dat ze om kwart voor zeven losgemaakt werd.

Trui ging direct los. De eerste die ze noemde als een van de aanvoerders was een zekere Le Haen uit de Muntstraat te Maastricht. Ze kende de man, een suikerbakker, al vanuit de tijd dat ze zelf in de stad woonde. Volgens Geertruid was hij getrouwd met een dochter van de plaatselijke bankier Scheepers. Le Haen zou nu in Luik wonen. Hij had haar vader vaker in hun herberg in de Heek bezocht. Het volgende personage betrof de jonge chirurgijn Kerkhoff uit Grisegrubben, (Grijzegrubben te Nuth). Ze vertelde dat de arts drie jaar geleden nog in Meerssen woonde, maar daarna naar zijn vader in het gehucht Grisegrubben getrokken was. Hij was getrouwd met de dochter van pachter Cleuters van de Rustenburg bij Bunde. Een tijdje geleden zou hij van die vrouw gescheiden zijn. Een oom van hem, ook chirurgijn van beroep en woonachtig te Meerssen, zou ook tot de leiders van de bende behoren. Dan duikt er nog een zekere Habets op, ook uit Grisegrubben. Hij zou een zeer welvarend weduwnaar zijn, en tevens broer van de eerder door haar bij dit verhoor genoemde Habets die aan de Berg in Geulhem woont.

Het gerecht geeft haar tijd om verder na te denken en stopt om kwart over acht met de ondervraging, waarna Geertruid het proces-verbaal ondertekent. Zoals zo vaak in deze periode van walgelijke vervolgingen door de gereformeerde overheid noemde een beschuldigde lukraak namen door de vreselijke mishandelingen of net om niet op tortuur te hoeven. Later werden deze “getuigenissen” vaak herroepen en begon het spel opnieuw. Geertruid zou een onrustige nacht tegemoet gaan, want de volgende dag, 22 juli, begon het verhoor door de rechtbank met medewerking van de scherprechter opnieuw.

 

Advertenties