Deze naamverwant was door Geertruid Bosch van deelname aan overvallen beschuldigd. Hij was timmerman van beroep en in Schin op Geul geboren. Hij zat vast op het kasteel van Amstenrade en werd daar op 25 april verhoord door de rechtbank met hulp van de scherprechter. Aangezien hij bij het verhoor op 29 april bleef weigeren om schuld te bekennen of om namen te noemen, besloot de rechtbank ter plekke om hem aan een scherp verhoor te onderwerpen. Dat startte om tien uur in de ochtend. De beul deed zijn werk goed want na drie kwartier meldde Anton dat hij tot de bende van de “glazer” Bosch uit de Heek behoorde, zijn naamgenoot! Een dag later was hij weer de klos. De rechtbank achtte het waarschijnlijk dat hij nog meer zou opbiechten en confronteerde hem met beschuldigingen die door andere opgepakte bendeleden op 20 maart tegen hem ingebracht waren. Hij antwoordde dat hij zich daarvan niets kon herinneren, waarna de rechters hem weer op de martelstoel plaatsten. Hij bekende toen dat hij zo een 22 jaar geleden eens een kar kolen had gebracht bij de roverhoofdman uit de Heek, waarna deze hem overgehaald zou hebben om mee te doen aan de nachtelijke overvallen en diefstallen.

Hij wist nu ook een aantal namen van mannen die bij de bende hoorden te vertellen. Daarbij zou het gaan om Simon Vlecken en Jacobus Offermans, die beiden overigens al vast zaten op het kasteel te Amstenrade. Het verhoor werd hierna afgebroken, maar in de namiddag weer voortgezet. Anton had klaarblijkelijk zijn geheugen terug Waarschijnlijker is het echter dat hij doodsbang was voor de martelpraktijken van de Staatse overheid en in het wilde weg van alles opbiechtte. De eerste die hij noemde was iemand uit de buurt, uit Walem namelijk. Dat was Hensken Sijen, ook wel Mopken of Scheel Hensken genoemd, die getrouwd was met een zekere Lucie. Hij vertelde de rechters dat Sijen waarschijnlijk tijdens zijn tuinierswerkzaamheden een oog was verloren.

Het verhoor werd om tien uur in de ochtend van een mei voortgezet. Anton was nu wel bereid nog meer namen te noemen. Hij had ook deelgenomen, zo zei hij, aan de overval op de Kluis zo een 15 jaar geleden en wist nog precies wie erbij betrokken waren. Hij noemde onder andere de hoofdman Bosch uit de Heek, de broers Packbier, Anthon aen de put, en Matthis de haekworst, allen uit de Heek. Vele mensen waren toen bekend onder hun bijnaam! Hij wist ook nog dat er iemand onder de naam “den Moex” uit Margraten bij was geweest. Anton was door Stas Packbier overgehaald om mee te doen. Deze was op de avond voor de overval bij hem aan huis gekomen om hem warm te maken en verdere bijzonderheden met hem door te spreken. Op de bewuste avond was een ander bendelid, Simon Vlecken, om negen uur aan zijn voordeur komen kloppen om hem mee te krijgen naar de Schaesberg. Zij haalden daarna nog een paar anderen thuis op en zijn heimelijk en zonder met elkaar te praten over een donkere binnenweg richting Kluis gegaan.

 

  • wordt vervolgd door deel twee
Advertenties