Volgens eigen zeggen had Anton een uur lang op de uitkijk gestaan bij de Kluis te Walem. Na verloopt van tijd zag hij de mannen terug komen vanuit de richting van de Kluis. Seijen Hensken vertelde op de terugweg dat de jongste van de kluizenaars zich heldhaftig verweerd had. Op dit punt werd het verhoor afgebroken. Na de hervatting wilde het gerecht van hem weten wat hij wist van de overval te Margraten. De brute overval aldaar op de pastoor was een aantal jaren geleden gebeurd. Bosch vertelde dat een zekere Heintje van Aelbeek hem op doorreis vanuit Aubel Walem met paarden en kar passeerde en daar met hem in gesprek raakte. Heintje had hem verteld dat hij wel een plek wist waar buit te halen viel. De kerel vertelde echter nog geen bijzonderheden. Dat gebeurde een paar dagen later. Bosch en andere gezellen uit Walem moesten volgens van Aelbeek de maandag daarop naar Margraten komen. Hij zou hun dan op een af te spreken plaats opwachten. Op de bewuste avond kwam Simon Vlecken hem ophalen. Het ging richting Schin op Geul waar zich nog een aantal mannen uit Haesdal en Genhout bij hun voegden. Volgens Anthon was hij daarna alleen naar Strucht gegaan om een paar andere figuren mee te krijgen. Met deze mannen was vervolgens naar Margraten getrokken. Er waren al flink wat bendeleden aanwezig. Een van hun, een man uit Retersbeek bij ten Esschen, gaf hem de opdracht om op ongeveer vijftig meter afstand van de pastorie op wacht te gaan staan. Bosch vertelde verder. Na enige tijd had hij iemand om hulp horen roepen, waarna korte tijd later de klokken van de kerktoren gingen luiden. Dat was het toenmalige afgesproken SOS signaal. Toen hij even later een aantal van zijn kompanen zag wegrennen, zette hij het ook op een lopen. Hij liep in allerijl de weg naar Termaar af. Van de verdere afloop wist hij verder niets. Twee dagen later had Hensken hem echter verteld dat ze een aantal pakken met buit hadden moeten achter laten. Alleen de bendeleden uit Wijlre waren er in geslaagd om spullen mee op huis aan te nemen.

In de loop van het verdere verhoor bekende hij ook nog dat hij “geassisteerd”zou hebben bij de overval op de boerderij van “Martinus aen de Handt” veertien jaar eerder (1762) in de buurt van Heerlen. Daar was volgens hem een hoop volk bij, waaronder Seijen Hensken, Vlecken en mannen uit Kunder bij Voerendaal. Een glaszetter uit Heerlen had hem verleid om mee te werken. Van hem had hij ook de opdracht gekregen om een aantal gezellen mee te nemen. Bij het vallen van de avond meldde zich inderdaad Simon Vlecken bij hem thuis, waarna ze samen Seijen en Jacobus Offermans ophaalden. Daarna waren ze via Ubachsberg en Simpelveld over de Huls en de Moesberg naar de Landtgraef gelopen. Via de grote weg waren ze daarna naar Heerlen gegaan tot aan de boerderij waar ze al opgewacht werden door een flink aantal complicen. Daarbij was ook de glaszetter uit Heerlen die ze al kenden. Hij vertelde hun ook dat er een dokter uit ‘s-Hertogenrade bij was. Die zou er volgens Anthon uitgezien hebben als een heer, en middelmatig van postuur. Van de “glaezer”kreeg hij opdracht om op wacht te gaan staan. Op een gegeven ogenblik hoorde hij de kerkklok in Ubachsberg slaan. Op datzelfde ogenblik vluchtten de gezellen uit de boerderij weg Zelf had hij de zelfde weg terug gepakt als op de heenreis.

Anthon kwam op stoom. Gewillig vertelde hij dat hij zo een vijftien jaar geleden ook had meegedaan aan de overval op de kerk in Oud-Valkenburg. Daarbij waren zijn het gerecht bekende kameraden ook betrokken geweest evenals Lenaerd Didden, alias het Swartleentje, alsmede zijn naamgenoot uit de Heek. Didden zou hem drie dagen voor de overval  benaderd hebben om mee te doen. Op de avond van het misdrijf zijn de mannen vanuit de ahcter hun huizen gelegen weiden de berg afgegaan tot aan het kruisbeeld bij kasteel Schaloen waar ze in de buurt ook de metgezellen uit de Heek en Schin aantroffen. Gewapend met een grote stevige tak zijn toen naar de kerk getrokken. De tak gebruikten ze om de ijzeren tralies van een raam van de sacristie te forceren en zo binnen te raken. Een paar mannen klommen door het raam en roofden alles dat ze gebruiken konden. Volgens Anthon had hij naderhand vijftien stuivers van de herbergier uit de Heek gekregen als loon voor zijn aandeel. Hij had overigens gezien hoe een aantal mannen beladen met dikke pakken buit op weg naar huis gingen. Bosch herhaalt nog eens dat hij zich schuldig ziet aan deelname aan alle hierboven beschreven delicten. De rechtbank leest nog eens het hele proces-verbaal en nogmaals bevestigt Bosch zijn betrokkenheid. Op drei oktober 1776 tekent hij met “een + ” ter afsluiting.

 

 

  • wordt vervolgd
Advertenties