Vuur over Valkenburg

De krant berichtte hieromtrent op basis van een brief uit het zwaar getroffen stadje die op 30 april 173 gedagtekend was en per bode naar Maastricht was gebracht. De brand ontstond in een woning tegenover het Landshuis, ( nu het regio museum in de Grote Straat), en wel net op het moment dat de bewoners aldaar beiden van huis waren. De man was gaan werken op het veld, en zijn vrouw was op weg naar de plaatselijke molen. Her vuur verspreidde zich zo snel dat binnen een uur meer dan 35 huizen ten onder gingen in de vlammen met alles wat er zich in bevond! De brand sloeg zelfs over op de gebouwen buiten de stadsmuren. Het stadsbestuur had een gebrek aan alle zaken die nodig waren om het vuur te te blussen, Daarbij speelde de hevige wind ook nog een vernietigende rol. Er waren geen brandspuiten, brandemmers, of brandladders. Alle bij de huizen aanwezige voorraden stro, tarwe, hooi en vruchten gingen verloren alsmede talloze varkens, koeien en kleinvee. Twee mensen verloren zelfs hun leven in het verwoestende inferno. Vele mensen raakten dakloos en zonder voedsel. Ze zouden het niet gered hebben ware het niet dat de bezitters van kasteel Schaloen en Oost hun te hulp schoten. Zonder hun had het hun ontbroken aan voedsel en voer voor de weinig overgebleven dieren. De krant vermeldt dramatisch dat het stadje voor altijd verwoest zal zijn als er niet figuren opduiken met geld om de schade te herstellen.

Bende krijgt al gauw de schuld

Men suggereert dat de brand wel eens aangestoken zal zijn door de bende booswichten uit de omgeving die geliëerd zouden zijn aan de boevenbende uit ‘s-Hertogenrade. Vier mannen waren volgens de krant recent uit de gevangenis uitgebroken, en eentje zou gezworen hebben het stadje in brand te steken voordat ze hem weer te pakken kregen. Ooggetuigen vermeldden dat ze gezien hebben dat de brand op meerdere plakken tegelijk was begonnen. Misschien was het wel de bedoeling geweest om in de wanorde de gevangenen uit het Landshuis te bevrijden. Als de brand aan de andere kant van het stadje was begonnen, was er door de sterke oostenwind geen huis of kerk meer overeind gebleven. Het ergste had men het gejammer en geschreeuw van de mensen gevonden alsmede het erbarmelijke geloei van de dieren. De ruiters, infanterie en de brandspuit uit Maastricht kwamen te laat om nog echt te kunnen helpen!!

 

Advertenties