Marten werd in 1740 te Beek geboren en trouwde in 1762 met de dan een jaar oudere Lucia Lammerschop. In een overzichtslijst van 23 oktober 1773 presenteerde de toenmalige overheid  een stand van zaken betreffende leden van de bende nachtdieven in het Land van Valkenburg, ‘s-Hertogenrade, alsmede voor de Heerlijkheden Elsloo,Geulle, Rekem en voor de eenzame gedetineerde van de krijgsraad te Maastricht. Het betrof een lijst van 191 personen, waarvan degene die te Rekem vastzat geen naam draagt. Hij kreeg overigens de kogel. In deze lijst vinden we ook van Aubel terug, die terechtgesteld werd te Geulle. Geulle was het ambtsgebied waar hij als onderdaan onder viel.De lijst bevat overigens terechtgestelde, voortvluchtige, uit de gevangenis ontsnapte of daar reeds overleden personen. Het vonnis tegen Marten werd op vier oktober 1773 door het gerecht op kasteel Geulle uitgesproken. Vier dagen later werd het onder het luiden der kerkklokken in de voormiddag op de brug die naar het kasteel leidde voor het volk van Geulle uitgesproken, waarna de zich verzamelde stoet zich direct naar de galg op de berg op de grens bij Elsloo begaf om het vonnis ten uitvoer te brengen.

Voor het gerecht stond vast dat van Aubel na zijn persoonlijke bekentenis uit augustus 1773 behoorde tot de de bende booswichten en gauwdieven die zich aan gewelddadige diefstallen in de regio hadden schuldig gemaakt. Martin had nogal het een en ander verteld. Zo bekende hij dat hij op wacht gestaan had bij een inbraak in een woning in de buurt van Schimmert en dat hij eveneens aanwezig was geweest bij de overval op het Panhuijs te Wijnandsraede. Op de laatstgenoemde plek had hij een paar lakens en een kamizool gekregen als aandeel in de buit, die hij overigens snel te gelde maakte. Hij had de rechtbank ook verteld dat hij was present geweest bij diefstallen te Obbicht, Havert en Kunderade bij Voerendaal. Voor de gereformeerde rechters waren dit feiten en euvele daden die niet getolereerd konden worden. Dus besloten de schepenen van Geulle na een onpartijdig rechtsgeleerde gehoord te hebben om de gedetineerde en aangeklaagde naar de galg te vervoeren. Van Aubel zou voor alle kosten opdraaien, tenminste als zijn bezit dit toeliet.

Toch was er iets vreemds aan de hand. Marten had een misdrijf bekend dat nooit had plaatsgevonden. De overval op een woning achter Schimmert was zelfs onbekend bij de bewoners! Op zes december 1773 verklaarde zoon Nicolaas a Campo dat er op hun huis ( nu een grote boerderij in een bocht aan de Maastrichter weg naar Nuth)  nooit een overval was gepleegd. Ook de 83 jarige oud-schepen Limpens had nooit van een overval aldaar gehoord. Hij woonde immers vlakbij in Terstraten en kende de daar wonende boerenfamilie persoonlijk. Toch hadden verschillende gearresteerde bendeleden verklaard dat ze daar bij een overval aanwezig waren geweest. Justitie wilde maar al te graag alles geloven en ging door met haar onderzoek!

nieuw huis terstraten

Foto van Nic. Coenen toont de boerderij bij Terstraten

Bron: RHCL Maastricht

 

  • wordt vervolgd door, “De overval die nooit plaatsvond”.
Advertenties