Op vijf november 1773 werd het vonnis uitgesproken tegen de aangeklaagde Machiel Minten uit Catsop, Elsloo. De rechtbank oreerde in hun verslag dat een godvergeten bende gauwdieven en nachtrovers de regio Geulle-Elsloo al jarenlang had onveilig gemaakt, een groep waar volgens hun ook Minten toe behoorde. Volgens hun was Machiel schuldig aan verwerpelijke euveldaden, en had hij mee gedaan aan de overvallen op een zekere Petri in Puth-Schinnen en mejuffrouw Gaarden te Geleen waarbij beide slachtoffers danig mishandeld waren.Men achtte Machiel ook schuldig aan een gewelddadige inbraak en beroving in januari 1762 bij boer Martinus Schröders in de buurt van Heerlen op Akens grondgebied. Machiel zou er mensen gekneveld hebben en bezit van de boer hebben meegenomen. Samen met andere booswichten was hij volgens de rechters ook present geweest bij de overval op het Panhuys van Hendrik Ritzen gelegen aan de vijver in Wijnandsraede. Daarnaast was er natuurlijk de overval bij á Campo bij Nuth waarvoor hij ook aangeklaagd werd, een overval die nooit heeft plaats gehad. Volgens de rechtbank waren dit enorme misdaden die strijdig waren met de goddelijke en burgerlijke wetten. Machiel werd dan ook door de schepenen van de Baronie Elsloo ter dood veroordeeld. Daar zou de scherprechter met het koord zich mee bezig houden. Hij werd ook veroordeeld tot het betalen van de kosten van de  rechtszaak. Om dat te kunnen betalen zouden al zijn bezittingen geconfisceerd worden.Het proces-verbaal in deze werd op vijf november 1773 opgemaakt in het oud-stadhuis in Maastricht.Er waren enkele extra schepenen aanwezig uit Bemelen, Eijsden en Mechelen aan de Maas die klaarblijkelijk graag iets wilden bij verdienen.

Pieter Penders werd er ook van beticht tot de bende struikrovers te behoren. Hij werd mede schuldig geacht aan een misdadige overval bij een zekere Walraven aan de Maasband uit augustus 1756 (!!!). Ook de niet-overval bij á Campo werd hem eveneens in de schoenen geschoven. Zijn euveldaden konden ook niet getolereerd worden, anders zou de wrekende hand van God over het land komen aldus de rechters. Pieter ontving in het bijzijn van de zelfde schepenen eveneens de doodstraf door ophanging die op acht november zou worden uitgevoerd aan de grens van de Heerlijkheid Elsloo.

 

 

Advertenties