1280px-Kettenis,_Sankt_Katarinakirche_foto15_2011-03-23_10.27

Foto: Kerk van Kettenis

“Anno 1733 Den 8en Julius, ist unsere Kirck bestoelen worden in der Nacht”, aldus het verslag van griffier Heyendaal van de rechtbank. De buit o.a. bestond uit een zilveren cibori waarmee de priester op ziekenbezoek ging, een koperen ciborie waarmee hij de hosties uitdeelde, een Mariabeeld, vijf zilveren kruisen, en een zilveren hart dat zich op het Maria-altaar bevond. De snoodaards hadden die nacht een ladder ontvreemd uit de schuur van de in de nabijheid wonende Derich Haemel en waren daarmee door een van de twee ramen naar binnen geklommen. De buit bestond dus vrijwel steeds uit de zelfde voorwerpen en waarschijnljk werden de gestolen goederen via louche helers verkocht.

In Eynatten moeten de boeven meer lawaai gemaakt hebben in de nacht van 13 op 14 maart 1734. Ze gebruikten daar een ploegijzer om zich toegang te verschaffen tot de kerk, zo blijkt uit het verslag dat bovengenoemde griffier  op 27 januari 1744 opmaakte. Het ploegijzer waarop de initialen M.M. stonden, werd gebruikt om deuren en het tabernakel met veel geweld open te breken. Waarschijnlijk was ook het ploegijzer ergens bij een boer gestolen. Ook hier werd een zilveren ciborie ontvreemd. De inhoud, de hosties, werd op het altaar gegooid en vertrapt. De boeven moeten dus al een diepe minachting voor het geloof gehad hebben, niet geheel vreemd omdat de straatarme dagloners zowel de kerk als de adel haatten. Zaken die ze niet konden gebruiken, zoals voorwerpen van kant, werden kapot gescheurd en verbrand. Twee offerblokken moesten er ook aan geloven. De inhoud, het karige offergeld, werd natuurlijk meegenomen. De pastoor van Eynatten en Hauset, M.Reulandt, had het gerecht een keurig overzicht bezorgd van de wandaden van deze nachtdieven.

In januari 1744 noteerde de griffier van de rechtbank in opdracht van “Mijn Heer Poijck, Meijer van Kirckrade” wat er in januari 1737 gebeurd was bij de inbraak in de kerk van Sippenaken. Op welke dag dat was geweest, was niet meer bekend! Het leek wel alsof de zelfde figuren steed opnieuw inbraken. Elke keer verdwenen identieke objecten van enige waarde. Nu echter werd ook een kast in de kerk waarin de administratie van de raadsleden was opgeborgen open gebroken. Alle documenten werden in het rond geslingerd. Volgens de griffier was een en ander niet nadelig geweest voor de raad. Men had alles netjes bij elkaar gezocht. De dieven werden tenslotte door de pastoor, nu overleden, verjaagd toen ze zich toegang wilden verschaffen tot de sacristie. Aldus opgemaakt door Balth.Remij, griffier.

 

 

 

Advertenties