De nu niet meer bestaande Hof Ter Waerden bevond zich op de plek waar nu het park met dezelfde naam ligt. Deze boerenhoeve werd in 1636 eigendom van Faes Winand van der Waerden. De hof werd in de vastentijd van het jaar 1741 overvallen door een bende. Twee jaar later, toen griffier Dortant van de rechtbank van ‘s-Hertogenrade verslag opmaakte, wist men de datum van het gebeuren niet meer. Rond het jaar 1800 werd de hoeve verlaten en vervolgens afgebroken. Bij deze overval speelde een zekere Nicolaas Peters een rol. Hij was een klompenmaker uit de Groenstraat in Kerkrade en droeg “het Blokmanneke”als bijnaam. Ook zijn achttienjarige dochter Maria behoorde tot het bendewezen, en werd in 1743 verbannen. Met haar vader liep het minder goed af. Hij werd in 1743 opgehangen. De bij de executie aanwezige schutters kregen voor hun medewerking een ton bier,”gedronken bij executie van het blockmängen”, die gulzig werd opgedronken bij het wanstaltige spektakel.

Pachter Jacobus Spierts van “den hoff Waerden” werd op dertien maart 1743 door de rechtbank ondervraagd over het drama dat zich twee jaar eerder had afgespeeld. Na de eed afgelegd te hebben vertelde hij dat hijn niets van de inbraak had gemerkt. Hij moest in zijn eerste vaste slaap geweest zijn. De volgende dag pas bemerkte hij wat er weg was. Het vlees van twee geslachte varkens ( behalve de vier schinken), het vlees van een vette “haamel”( gecastreerde ram), koeienvlees, een hoeveelheid rogge en tarwe, erwten en pas gebakken brood.

Volgens de pachter kon men uit gevolgde sporen afleiden dat de dieven de buit op paarden vervoerd moesten hebben. Nadat hij alles nog eens had bevestigd, ondertekende Spierts het proces-verbaal. Na de opmaak van dit document werden vader en dochter Peeters verschillende keren geconfronteerd met andere verdachten die hun van medeplichtigheid hadden beschuldigd. Daar bleeft het niet bij. Foltering stond ook op het standaard menu, waaronder de beruchte en gevreesde Spaanse stevels. Het resultaat is bekend. Maria werd verbannen en pa opgehangen. De proceskosten van Maria  bedroegen 24 pattacons ( munt uit de 17e en 18e eeuw ter waarde van 18 stuivers) en vier schillingen, zo lezen we in een rekening uit mei 1751. Ook toen namen de ambtenaren de tijd, blijkbaar.

Advertenties