In het Regionaal Historisch Centrum Limburg te Maastricht bevindt zich een proces-verbaal van 3 juli 1743 waarin de gedupeerde Arnold Lutgens bij de rechtbank van ‘s-Hertogenrade verslag doet van een inbraak in zijn huis gepleegd, op 31 mei 1742. Justitiële molens werkten toen ook al langzaam, blijkbaar! Aanwezig waren de luitenant Vogten van Kasteel Heijden, en een paar gerechtsschepenen, waarvan er eentje ook de naam Lutgens droeg. Arnold was zo goed onder ede te verklaren wat er allemaal bij hem thuis gebeurd was op die laatste dag in mei verleden jaar. Lutgens had nogal wat geld in huis, lees maarwat er allemaal volgens hem verdwenen was bij de inbraak!! Zes dubbele Franse Louis d’Or munten, veertien Cronstücker, elf Franse Reichsthaler, acht Creutz pattacons, twintig Akense daalders, en vervolgens nog voor een vijfentwintig rijksdaalders aan los geld. De boer zat goed bij kas, en wellicht hebben de inbrekers dit geweten, via een of andere tip. Verder werd er nog een trouwring ontvreemd met een waarde van zes pattacons, en een gouden en een zilveren vergulde ring. Een pattacon ( zie afbeelding) was rond die tijd ongeveer 48 stuivers waard, alhoewel de koers vaak veranderde.

Verder waren er nog twee hoeden, een nieuwe en een opgekalefaterde, een paar nieuwe schoenen, twee paar zwarte kousen, een stok met een zilveren top, acht hemden, een aantal halsdoeken, twee stukken gerookt schapenvlees,  een braadworst, en gerookt rundvlees verdwenen. Ook de vrouw des huizes moest het voortaan even met minder doen, want van haar uitzet was ook het een en ander meegenomen. Een bruine rok, een bruin hemdje van damast, zes mutsen en vier zakdoeken. Dat was nog niet alles bleek later! Ook de dienstmeid moest treuren om verlies van haar geliefde kleding. De boeven namen namelijk van haar een bruine en een lichtblauwe rok mee, vier mutsen, een oorijzer, en een zilveren Agnus Dei. De kerels hadden nogal wat moeite gehad om het huis binnen te komen. Vier ruiten waren vernield en een aantal deuren geforceerd alvorens ze erin slaagden om binnen te komen. Volgens de boer had een van de mannen hem een steek toegebracht met een jagersmes (hertsvanger) en had hij een van de mannen herkend als Johan Triskens. Volgens hem waren er ook twee vrouwspersonen bij de diefstal betrokken geweest. De boer bleef na verdere vragen van de rechters bij zijn getuigenis en kon na ondertekening weer naar huis. Aldus opgemaakt door gerechtssecretaris Russel. De naam Triskens komt overigens niet voor in de lijst met “bekende Bokkenrijders”.

pattacon1631

 

 

Advertenties