Op zaterdag (!) 24 oktober 1741 verschenen Matthijs Kockelkorn, zijn vrouw Gertrud Meijer, zijn schoonmoeder Catharina Nacken en dochter Maria Catharina Kockelkorn op burcht Heyden voor de gerechtsschepenen van Land Ter Heyden bij Kohlscheid ( ‘s-Hertogenrade). Hun doel was om de rechters te vertellen wat er in de nacht van 16 op 17 juni van dat jaar bij hun thuis was voorgevallen. Matthijs voerde het woord en verhaalde hoe de het inbrekersgespuis via een schuurtje in een aan het huis grenzende weide in de keuken waren beland. Daar werden de dochter van de huisbaas en de dienstmeid overvallen door de binnenstormende rovers. Het dienstmeisje had net nog een maaltijd genuttigd, maar werd evenals de dochter volledig verrast door het brute niets ontziende geweld van de indringers. Binnen de kortste keren werden de twee ruw ontdaan van oorijzers, hoofddeksels, en kruisen, en geboeid aan handen en voeten weinig zachtzinnig in de kelder geworpen. Daarna zochten de boeven Kockelkorn zelf en zijn in een andere kamer ziek te bed liggende vrouw op. De vrouw werd beestachtig hard geslagen en aan handen en voeten gebonden de keuken binnen gesleurd. Ook zij verdween in de kelder en samen met de daar aanwezige twee meisjes werd ze nog een keer met lappen van uit elkaar gescheurde lakens geblinddoekt. Ook Kockelkorn zelf werd zwaar geslagen en kreeg in de kelder een “behandeling” met een brandende toorts in aangezicht en schaamstreek. Dit alles om hem te dwingen te vertellen waar ze hun geld verborgen hadden!

Toen de bendeleden ook de zich verborgen houdende knechten ontdekten, ging het helemaal mis. Deze werden zwaar aan hoofd, armen en benen verwond en half bewusteloos het huis binnen gesleept. Paardenknecht Johannes Giesen werd niet alleen mishandeld maar en passant ook nog van elf Reichsthaler beroofd. De in huis wonende schoonmoeder werd ruw van haar bed getrokken en verdween ook geboeid en al met de andere kinderen van de boer in de kelder, waar het behoorlijk druk werd. De mannen namen de baas des huizes nog eens extra onder handen en sleurden hem mee naar boven, waar hij uiteindelijk gedwongen werd om te zeggen waar hun geld was. Murw geslagen en half van de wereld opende hij de kast waarin het geld lag en overhandigde het aan het de met begerige ogen kijkende nachtdieven. Volgens Kockelkorn ging het op 400 Reichsthaler, toen een enorm bedrag. De bende was nog niet tevreden. Ze stalen ook de kleding en andere zaken van alle in het huis aanwezige personen, alsmede het geld dat het dienstmeisje bezat. Het ging om een enorme hoeveelheid kleding, waarvan de waarde op 600 Reichsthaler werd geschat. Matthijs had niemand herkend, maar kon wel nog vertellen dat hij gezien had dat al het geld in vier porties gedeeld werd en dat alle goederen op twee paarden werden vervoerd.

Het was een trieste zaak. Deze boer en andere betrokkenen konden van voor af aan beginnen!!

Beneden: Haus Heyden te Pannesheide

haus-heyden-wasserburg

 

Advertenties