We zijn Anthon in de voorbije twee artikelen tegen gekomen als de persoon die zowel door Henric Petri als door zijn vrouw herkend zou zijn tijdens de gewelddadige inbraak in hun woning in maart 1750. De in 1721 te Munstergeleen geboren Hamers was een zoon van Anthonius Hamers en Gertrudis Meens. Hamers werd alleszins begrijpelijk al snel op twaalf mei gearresteerd en opgesloten op Kasteel ter Borch in Schinnen, alwaar hij op acht augustus 1750 geconfronteerd werd met een andere gevangen, Wijn Wijnen. Wijnen was in 1731 gehuwd met Maria Winckens. Deze vrouw had al een zoon uit een eerdere verbintenis met een zekere Johannes Bordts uit Meerssen. Het daar residerende gerecht verdenkt Wijnen ervan ook betrokken te zijn geweest bij de overval bij Henric Petri. Het was een tactiek van het gerecht om verdachten met elkaar te confronteren. Men hoopte dan dat er iemand zou doorslaan. Deze twee mannen blijven echter stoer. Hamers verklaart al zeven jaar niet meer in contact geweest te zijn met Wijnen, maar die zegt dat hij Anthon nog nooit heeft gezien. De rechtbank zal hier echter uit concluderen dat ze elkaar wel kennen! Op de vraag of Wijnen bij de inbraak was betrokken, antwoordt hij dat hij naar goed geweten kan verklaren dat dit niet zo was, en dat hij er ook niets van wist. Als Hamers aan de beurt is zegt hij dat hij er ook niet bij is geweest en dat als hij al bij een eerder verhoor namen heeft genoemd, dat kwam omdat hij onder druk ( tortuur) stond en hij het alleen maar wist omdat hij het anderen had horen rondbazuinen. Beide mannen bleven verder bij hun op deze achtste augustus 1750 afgelegde verklaring.

We zijn een maand verder. Het is acht september 1750, als de twee mannen die eerder door Anthon onder tortuur genoemd zijn, namelijk Jacques du Jardin en Wijn Wijnen, op Kasteel ter Borch geconfronteerd worden met de in hun ogen vervloekte Hamers. Wijnen vraagt hem bits waar Hamers hem dan gezien zou hebben. Deze antwoordt dat dit in de woning van Petri was. Wijn wil weten hoe laat dat dan was, waarop Hamers repliceert dat hij dat niet kan zeggen omdat er in het huis geen klok hing. Wijnen houdt driftig voet bij stuk en zweert in zijn leven nooit in het huis van Petri vertoefd te hebben. Hamers echter volhardt in zijn verklaring, waarna du Jardin hem vragen mag stellen. De import Waal  reageert verbaasd en vraagt waar Hamers hem dan heeft leren kennen. Deze antwoordt snel dat hij met du Jardin op geen enkele wijze over de overval heeft gesproken, maar dat hij hem wel voor het huis van Petri ontmoet heeft. Du Jardin wil weten hoeveel mannen dan wel bij de inbraak aanwezig waren. Anthon zegt dat hij niet weet hoeveel er binnen waren, maar dat hij wel drie kerels op straat heeft gezien. Jacques vraagt hem vervolgens waar de inbrekers het huis verlaten hebben, door de voordeur of door de poort. Hamers reageert en vertelt dat hij du Jardin ook heeft zien wegkruipen door het gat dat ze voorafgaand aan de inbraak in een muur gemaakt hadden. Jacques negeert dit antwoord en blijft stug voor zich uitkijken. De ondervragers vragen dan nogmaals aan Hamers of hij bij zijn uitspraken blijf. Deze bevestigt dit met een kort ja. Ook de andere twee mannen blijven bij hun mening, nadat de gerechtssecretaris het woord voor woord opgetekende proces-verbaal nogmaals heeft voorgelezen.

*wordt vervolgd door deel 2

Advertenties