Op tien september werd de in Ter Borch gevangen zittende Wijnen, een lange en zware kerel en van beroep slotenmaker, op de hoogte gesteld van de beslissing van de officier van justitie dat hij te maken zou krijgen met de beul oftewel de scherprechter. Wijnen schrok zich een hoedje, hij wist wat deze “behandeling” betekende, en gaf aan te willen bekennen!! Hij vertelde het gerecht dat in de bewuste nacht van vier op vijf maart zich midden in de nacht een zekere Geerling Daniels bij hem gemeld had. Hij was wakker geworden van het geroep van deze in Bokkenrijderskringen bekende figuur. Geerling zou hem verleid hebben om mee te gaan naar een plek achter het gehucht Puth waar zich koper zou bevinden. Wijn was vervolgens met de kerel via Wolfshagen naar Puth gegaan en daarna door de weilanden naar het huis van Petri. Volgens hem was er al een gat in de muur gemaakt toen hij bij het huis van Petri arriveerde. Geerling had hem dan gezegd door het gat naar binnen te kruipen. Hij volgde dat advies op, en toen hij binnen was zag hij Hamers die aanstalten maakte om door het gat naar buiten te kruipen. Volgens Wijn zou hij gezegd hebben, “hij is al dood”, daarbij doelende op Petri. Op dat ogenblik besloot hij zelf om ook weer terug naar buiten te gaan. Binnen had hij ook nog Jacques du Jardin gezien die rondliep met een geweer om zijn nek. Toen hij buiten kwam kon hij nog net de gestalte van de dan negentien jaar jonge Nol Caldenberg herkennen, de zoon van een zus van Daniels, die ook op het roverspad was. Nol had als bijnaam “de trouwe jongen”. Toen hij even later gezocht werd door justitie vluchtte hij naar zijn oom in Ulestraten. Hij werd daar einde oktober 1750 opgepakt en terug gebracht naar Schinnen, waar hij op 15 mei 1751 aan de galg stierf. Van beroep was hij vagebond die zijn brood bij elkaar bedelde, als hij tenminste niet op het dievenpad was. Een van de zich buiten bevindende mannen vroeg aan Wijn waarom hij daar zo maar rondliep. Wijn kreeg het benauwd en zette het vervolgens op een lopen door de aangrenzende weiden en hoorde nog hoe er op hem geschoten werd. Daarna zou hij naar huis zijn gegaan!

Vervolgens begint hij te vertellen hoe hij toen hij ongeveer achtentwintig jaar oud was, bij de vilder in de Akerstraat in Hoensbroek een schootsvel had laten maken, een leren vel ter bescherming van het lichaam dat voor de schoot gedragen wordt. Deze vilder zou hem gezegd hebben nog eens langs te komen op wat te praten. Hij zou dan niet voor het vel hoeven te betalen en kreeg er nog eentje bij ook. Toen Wijn een tiental dagen daarna aan het werk was bij Jan Winkens in Thul om daar de sloten te repareren, dook plotseling een van de twee zonen van de vilder op, die hem vroeg die avond eens bij zijn vader langs te gaan! Wijn vervoegde zich die avond naar Hoensbroek waar hij de vilder met zijn zonen Henric en Johannes aantrof. Na een poosje waren ze toen vertrokken om op de Muijsbergh halt te houden. Daar woonde een zekere Corst Clinckers die zich bij het viertal aansloot. Vandaar ging het regelrecht naar het huis van de bejaarde Mathis Hautvast in Grijsegrubben te Nuth. Bij het huis aangekomen kreeg Wijn de opdracht om gewapend met zijn stok buiten de wacht te houden, waarna de vilder en Corst inbraken en er spek en boter stalen. Wijn moest de buit meedragen naar Hoensbroek en kreeg er behalve het reeds beloofde schootsvel niets van.

Hij biechtte nog meer op, zoals medeplichtigheid aan de diefstal bij Seigneur Clemens aan de Steenweg te Sittard. Hij was er met vier andere mannen, allen tijdens deze bekentenis reeds opgehangen, naar toe gegaan. Bij het huis trof hij Nol aan, de kerel die hem geronseld had, alsmede nog enkele andere mannen. Van Jan Catsberg kreeg hij de opdracht om aan de weg die naar Limbricht leidde op wacht te gaan staan. Hij kon zien hoe na een poosje een aantal mannen met pakken beladen het huis verlieten. Voor zijn medewerking kreeg hij vijfentwintig stuivers in de hand gedrukt van Jan Catsberg. Toen alles voorbij was, was hij met de bendeleden Nol en Steven naar huis gegaan.

  • wordt vervolgd
Advertenties