Huis Schinnen, geen leuke plek

Jan Schoerens van Thul, zo formuleerde de rechtbank het, werd op 21 november 1743 voor een “persoonlijk onderhoud” door het gerecht “uitgenodigd”. Dat was niet zo moeilijk, want Jan verbleef al als aangeklaagde en gedetineerde in zijn door ongedierte geteisterde cel op Huis Schinnen, oftewel het kasteel aldaar. De officier van Justitie had een fiks aantal vragen aangaande deze figuur opgesteld die hij in aanwezigheid van de schepenen en de secretaris van de rechtbank werd geacht te beantwoorden. Wat leverde dit alles op? Jan vertelde omtrent vijftig jaar oud te zijn, al sinds achttien jaar met “Ida van Vivre” (Ida van de Weyer) getrouwd te zijn, en als dagloner door het leven te gaan. Hij geeft toe Joannes Catsberg alsmede zijn zoon te kennen, maar niet echt goed. Geerling Daniels kent hij wel beter. Met hem heeft hij immers rond vier jaar geleden in het Hommerderveld tarwe gestolen. Verder heeft hij geen andere contacten met deze personen gehad, en zeker niet dergelijke om te gaan uit stelen. Jan behoorde zo gezegd tot de eerste lichting van mensen die naderhand binnen het romantische kader van de 19 eeuw en later voor Bokkenrijders zouden doorgaan! Het gerecht voert de druk op en beweert dat hij meegedaan heeft aan “den getenteerden diefstael” ( voorbereiding van) bij de weduwe Duijckers van het Roet (Rooth bij Bemelen?). Hij moet nu maar eens voor de dag komen met de namen van allen die aan dit schandelijk feit hebben meegewerkt. Jan antwoordt dat hij hieraan niet meegedaan heeft en derhalve ook geen namen kan noemen.

Jan volhardt

De volgende troef die het gerecht uit de mouw tovert is de inbraak bij de winkel van seigneur Clemens in de Steenstraat te Sittard. Jan zou daar volgens hun weten ook bij zijn geweest. Helaas voor ijverige gerechtsdienaren gaat Jan weer alles ontkennen. De ondervraging verloopt niet goed, want Jan verklaart ook niet handdadig geweest te zijn aan de diefstal van boter bij Matthijs Hautvast in Grijsegrubben en de overval op de kapelanie van Hoensbroek. Jan blijkt zogezegd een braaf persoon te zijn, want ook van de inbraak aan de Beukenboom te Limbricht, de voorbereiding van de inbraak op een huis in Schinnen, de diefstal in de kerk van Amstenraede en de “kerckdieverije” in Brunssum weet hij niets. Ook deze brave dagloner kon niet schrijven en ondertekende alles met een kruisje nadat hem nog eens voorgelezen was wat hij allemaal had geantwoord. Secretaris Lambermont van het gerecht moet sip gekeken hebben. Het was een schraal resultaat. Kom laten we maar een goed glas bier of een wijntje drinken dachten de leden van de rechtbank. Schoerens werd weer naar de kerkers gebracht. De in 1692 te Thull geboren man werd al op 17 december 1743 op de Dänikerberg opgehangen. Hij was niet alleen die dag op dit onzalige volksfestijn, zoals later zal blijken. “Vivat” het Hollandse recht!!

Advertenties