Strijdvaardige 18e eeuwse vrouw neemt het op tegen Hollandse justitie

Houbert Palmen had een strijdvaardige echtgenote. De in april 1723 gehuwde man had aan zijn vrouw Gertrudis Krans iemand die durfde op te staan tegen het “heilige” Hollandse gezag. Palmen werd in oktober 1743 opgepakt en zat gevangen op kasteel Hoensbroek. Dat gebeurde hoogst zelden! De vrouw richtte in november van dat jaar twee verzoekschriften aan het Souvereine Hof van Brabant waarin zij beweerde dat haar man onschuldig vastzat mede door onzorgvuldig handelen van de schout en schepenen van Hoensbroek. Drie andere aangeklaagden, Mattijs Ponts, Joannes Klinckers, bijgenaamd “het Pijpekopje”, en Christiaan oftewel Corst Klinckers, de vader van Joannes, werden allen op twaalf november 1743 op gruwelijke wijze ter dood gebracht. Voor zij in de strop naar beneden vielen verklaarden ze alle drie dat ze Palmen valselijk hadden beschuldigd van deelname aan het bendewezen. Datzelfde gold ook voor een aantal anderen die ze tijdens hun scherpe verhoren hadden genoemd. De mannen hadden de hun toegestane biechtvaders in vertrouwen genomen om hun geweten te ontlasten. Aan hun hadden ze verteld hoe ze door de zware martelingen en de ongekend valse insinuaties van hun ondervragers, de schout en zijn schepenen, waren bezweken en in het wilde weg namen hadden genoemd. Ze hadden hun biechtvaders gesmeekt om vergiffenis en om aan de schout het geheim te laten weten dat ze met zich meedroegen. Ze noemden nog andere mannen die ze valselijk hadden beschuldigd, met name Christiaen Langendorp, Peter N. oftewel het Moutheuvelken en Laurens Knooren. Al deze mannen zaten gevangen op het kasteel. De priesters waren , als ze er permissie voor kregen, bereid om het hun toevertrouwde aan justitie bekend te maken.

Wangedrag justitie

Gertrudis Krans wist nog meer feiten boven water te krijgen. Zo had ze gehoord van het “abominabel gedrag” van de gerechtsbode die een van de veroordeelden van de plaats van executie had terugbracht naar de gevangenis. Hij had van zijn uitspraken gehoord en wilde dat de man hem alles zou vertellen, anders zou hij zo gepijnigd worden “dat hem de knoken buijten het vel zouden uijtbersten”. Dat zelfde grapje leverde hij ook bij andere beschuldigden. Helaas weigerde men de vrouw om haar een bewijs van deze misdragingen te geven. Het tegendeel gebeurde. De schout en de schepenen stelden alles in het werk om haar man van nieuwe strafbare feiten te kunnen beschuldigen. Daartoe werden de drie hierboven vermelde mannen in opdracht van de schout op walgelijke wijze gemarteld door de beul. De vrouw die hoopte dat haar man in vrijheid gesteld zou worden merkte dat er een misselijk makend spel werd gespeeld door de ambtenaren van het gerecht. De schout had op grove wijze op onwettige basis gehandeld. Hij had voordat hij de beul opdracht gaf om Langendorp en zijn twee kornuiten te martelen het advies moeten inwinnen van drie onafhankelijke rechtsgeleerden. Dat had hij nagelaten. Het werd nog straffer. Hij liet drie hem welgezinde medeschepenen uit Hoensbroek deze rol overnemen en zag af van de presentie van de “gegradueerde rechtsgeleerden”. Hierbij ging het onder andere om schepen Horsmans en diens zoon die de rol van substituut-secretaris ging vervullen. De schout wilde kostte wat kostte nieuwe beschuldigingen tegen Houbert Palmen.

  • wordt vervolgd
Advertenties