Gevangene Steven Drummen bezwijkt onder justitiegeweld

De door de gerechtssecretaris van Hoensbroek in de gevangenis van Nuth bedreigde Steven  Drummen kon door de zware tortuur niet anders dan Palmen van een paar diefstallen betichten. Dat was pure winst voor het Hoensbroekse gerecht, want door deze nieuwe situatie hoefden ze geen rekening te houden met de Brabantse overheid. Per slot van rekening  had Palmen weer de status van aangeklaagde “verworven”! De schout van Hoensbroek ging duidelijk zijn boekje te buiten. Hij gaf informatie aan de secretaris van Nuth, hetgeen ongepast was, want het ging daarbij om een ander rechtsgebied. De andere gevangenen te Nuth werden mede hierdoor ook op de allerwreedste wijze gemarteld, ofschoon Drummen zijn verklaring weer herriep toen hij uit de martelstoel was. Dat was het sein om de tortuur te hervatten. Hij moest en zou weer bekennen. Ondanks het feit dat de gevangene alles aan zijn biechtvader had toevertrouwd, werd hij tengevolge van de zware toegebrachte martelingen ook nog gedwongen namen te noemen van mensen van wie hij wist dat ze onschuldig waren. Justitie maakte hier op flagrante en misdadige wijze gebruik van een welhaast onbeperkte macht. Ook in Nuth werd er geen gebruik gemaakt van de verplichting om onafhankelijke rechtsgeleerden om advies te vragen. Op deze wijze hadden ze de man van Gertrudis op onwettige wijze en in strijd met de regels van het hoogste gerechtshof geconfronteerd met een andere gevangene.

Schout en schepenen dekken zich in!

De schout en de schepenen leken zich niets aan te trekken van de stukken die Krans namens het Hof had ingebracht. Ze gingen zelfs in de aanval. De schout probeerde de bestuurders van het Land van Valkenburg en van ‘s-Hertogenrade te paaien voor zijn strategie. Dat leek aardig te lukken, gezien hun vergadering van twee december op de Lichtenbergh in Maastricht. Het begon er op te lijken dat ze zijn ideeën zouden overnemen, hetgeen inhield dat “arme luiden” zouden zijn overgeleverd aan de grillen en grollen van de notabelen. Palmen moest nu vrezen voor het ergste en zijn vrouw  was gedwongen zich weer tot het Hof te wenden. Ze eiste van de schout dat hij binnen vijftien dagen zou laten zien dat hij zich hield aan de voorwaarden van het Hof zoals vermeld in de stukken van Krans. Al snel werd duidelijk dat de schout niet van plan was zich hieraan te commiteren, ondanks het feit dat er duidelijk maatregelen tegen hem genomen zouden worden en dat er ook sprake was van financiële eisen van de kant van Krans.Een afschrift van de nieuwe eis ging naar Nuth en werd in afwezigheid van schout en secretaris overhandigd aan de vrouw van Goris Gorissen, de oudste schepen van Nuth. De bode vermeldde dat zij de stukken aan haar man moest overhandigen en dat deze daarna naar de schout moesten worden gebracht. Ook schout en schepenen van Hoensbroek werden ” vereerd” met deze informatie. Daar bleef het niet bij. Op 20 december 1743 werd een derde afschrift per ijlbode gebracht naar de markies van Hoensbroek die in Roermond resideeerde. Het verhaal was nog lang niet afgelopen.

  • wordt vervolgd
Advertenties