Fransen veegt zijn straatje schoon!

Datzelfde beweert hij ook over de andere gevangenen. Het zou daarbij volgens hem om desperate mensen gaan die alles herroepen in het aanschijn van de naderende executie. Matthijs Ponts en Korst Klinckerts hadden volgens de schout niemand in het bijzonder vrijgesproken van misdaden, maar hadden gezegd dat allen onschuldig waren hetgeen ook voor hunzelf gold. Het kan toch niet zijn dat deze herroepingen kunnen leiden tot het staken van de vervolging. Dat zou tegen de feiten ingaan, aldus Fransen. De tot nu toe terechtgestelden hebben volgens de schout Ponts en Klinckerts aangeduid als de leiders van de bendes. Dit gebeurde niet alleen in de Hoensbroekse regio, maar ook in andere aangrenzende rechtsgebieden. Volgens de schout was de eed onder de bendeleden er de oorzaak van dat ze uiteindelijk hun medeschelmen niet wilden beschuldigen.Op vehemente wijze ontkent hij de beschuldiging vanuit het Hof dat de gerechtsbode van Hoensbroek bepaalde gedetineerden had aangezet om gericht anderen te beschuldigen. Ook Creuwen, “den gedeserteerden geassumeerden schepen”, moet het ontgelden. Hij maakt gehakt van zijn beschuldiging dat de schepenen van Hoensbroek zich onbehoorlijk gedragen zouden hebben tijdens de verhoren van Langendorff en andere gedetineerden. Volgens hem gaat het Hof veel te ver om de gerechtssecretaris van Hoensbroek ervan te verdenken “onbehoorlijcke weegen” te zijn gaan zoeken om de te Schinnen gevangen zittende Hubert Palmen in het nauw te kunnen brengen.

De schout komt met “bewijsstukken”

Hij geeft opening van zaken en heeft zelfs begin januari 1744 door de schepenen van Schinnen opgestelde documenten laten inzien. Hieruit valt volgens hem te constateren dat Horsmans nooit betrokken is geweest bij verhoren van gedetineerden te Schinnen en dat hij ook nooit met schepenen uit dit dorp heeft gesproken over de rechtszaak van Palmen. Horsmans heeft volgens de schout op geen enkele wijze Steven Drummen beïnvloed alvorens deze op 26 november geconfronteerd zou worden met Hubert Palmen. Het is een wonder zegt hij, dat hijzelf niet beschuldigd wordt door Creuwen. Creuwen was er toch bij geweest toen na de confrontatie van Palmen en Drummen het verhoor van Drummen plaatsvond. Het is een verzinsel dat Drummen op ontoelaatbare wijze is verhoord. De akten zullen dat bewijzen. Het werk van Creuwen is volgens hem eerder een bespotting van de schepenen en justitie dan een poging om de vrouw van Palmen te helpen bij de verdediging van haar man. Het is een schandaal dat deze Creuwen de schepenen bestempelt als een stelletje botteriken. Daarmee beledigt hij zelfs zijn eigen vader die schepen was te Nuth en pas zes weken eerder overleden was. De tactiek van Creuwen is volgens hem niet meer dan een poging om het proces te vertragen. Als puntje bij paaltje komt, zo stelt Fransen, zal het proces tegen Palmen gewoon doorgaan.

Het was nu zaak te wachten op een besluit van het Hof van Brabant te Brussel!

*wordt vervolgd

Advertenties