Brussel treedt eindelijk op!

Op 23 mei 1744 kwam er vanuit Brussel een decreet inzake “les poursuittes criminelles” oftewel de vervolging van mensen die zich schuldig hadden gemaakt aan criminele daden. Het stuk was mede gericht aan de schout van Schinnen. Daarmee volgde Brussel het advies op van de Staten van Valkenburg en ‘s-Hertogenrade. Dit document had natuurlijk mede te maken met de door de vrouw van Palmen aangezwengelde zaak bij het Officie Fiscaal te Brussel. Het Hof is kort. Het “oordineert”, verordent, dat er geen arrestaties of “prise de corps”, executies, meer mogen plaatsvinden waartoe lagere rechters uit de Landen van Valkenburg en ‘s-Hertogenrade opdracht hebben gegeven. Dat was meteen een streep door de rekening van de lokale hardvochtige vervolgers. Slechts na ingewonnen advies en goedkeuring van twee door de schout van Kerkrade aangestelde advocaten, de heren Detiège en Poswijck, mocht er handelend worden opgetreden. Ook decreten betreffende de tortuur, confrontatie en vonnissen van gedetineerden mochten enkel en alleen nog met permissie van deze twee advocaten uitgevaardigd worden.Het wordt de schepenen voorgehouden dat ze deze adviesen strikt moeten navolgen en er geen millimeter van mogen “afdoen”!

Voor drie gedetineerden, Hubert Palmen, Jasper Hooghkircken en Albert Wembens gold dat hun zaak nog door het Hof te Brussel nader bekeken zou worden. Als er daaromtrent nieuws was, zou dit aan de drossaarden van Valkenburg en ‘s-Hertogenrade per brief bericht worden, om vervolgens naar de lagere overheden te worden doorgestuurd. Daarna zouden de hierboven vermelde mannen horen wat hun te wachten stond! “Aldus gedaen in de stadt Brussele, den 23 may 1744”!! Ondertekend werd door de heren Schoes van Ende en P.van Cutshem. Ook “uwen dienstwilligen Brusselse dienaer” in Maastricht, Charles van Brienen ( uit de bekende elite familie) kreeg dit schrijven onder ogen en zorgde voor het verdere transport.

Geertruid Krans zou kort daarna kunnen reageren.

  • wordt vervolgd
Advertenties