Laksheid ten top!

De tot de toenmalige elite behorende en uit Aubel afkomstge advocaat zal waarschijnlijk niet hebben kunnen inschatten hoe de tot het gemene volk behorende gevangene Palmen er bij lag. Als controlerend functionaris namens een hogere overheid had hij in eerste aanzet de taak om alles zo neutraal mogelijk te bekijken. Hij moest overigens een fikse “duik” maken, want de kerker bevond zich in de diepst gelegen kelder van de oude kasteeltoren. Alvorens hij aan de afdaling begon, moest hij voor alle zekerheid nog drie dikke deuren passeren. Palmen die aan handen en voeten vastgebonden was, lag op een brits, uitte zijn “ongenoegen” over de wrede opsluiting en betuigde zijn onschuld.Een dag later toog onze wetsgeleerde naar de abdij van Rolduc om daar een gevangene uit het Land van ‘s-Hertogenrade te interviewen. Begin augustus produceerde hij met zijn collega Poswijck een rappport omtrent zijn ervaringen in de kerkers van de Hollandse justitie. Het duurde een aantal weken voordat er een reactie uit Brussel kwam, maar die loog er niet om. De Raad van Brabant gaf opdracht om de gevangenen op een veilige wijze achter slot en grendel te houden, maar dan zodanig dat ze niet onnodig te lijden hadden. Verder moesten raadslieden vrije toegang tot de gedetineerden hebben en met hun de akten kunnen doornemen. Schout Fransen van Hoensbroek riposteerde op 14 september in een brief, waarbij hij zijn verwondering uitsprak over het feit dat hij nog geen wetsgeleerde in de buurt van zijn “client” Palmen had mogen aanschouwen. Hij moet zich in zijn handen hebben gewreven over zoveel laksheid. De termijn van vijftien dagen die gesteld was om advocaten tot Palmen toe te laten was nu voorbij. Uit pure armoede stelde de Raad maar twee nieuwe advocaten aan die ten dienste van dit “hoge” orgaan moesten staan.

De markies van Hoensbroek verandert van mening

Net zoals de huidige bewindsdragers zich uit electoraal gewin als een kameleon kunnen gedragen, zo veranderde ook de positie van deze man ten aanzien van zijn “regerende” schout. De markies, Frans Arnold Adriaan Joannes Philippe van en tot Hoensbroeck, woonde op het kasteel , maar vertoefde ook vaker op zijn goed Hillenraad bij Swalmen en in een duur pand in de Lindanusstraat in Roermond. Het was een bijzonder viriel man die zijn vrouw vijfentwintig kinderen liet produceren. Dat moet een ware marteling geweest zijn voor zijn eega die ook wel de “Blauwe Dame” werd genoemd. Dat vanwege haar portret dat in de voornaamste kamer van het kasteel hing. Begin 1744 was de markies nog ingenomen met zijn schout en had hij hem zowaar op papier verdedigd tegen de aanklachten van Creuwen en anderen. Het zou echter anders worden. Driekwart jaar later raakte de markies gebrouilleerd met zijn lokale handhaver en zaakwaarnemer. De markies had hierbij de hulp ingeroepen van notaris L’Allemand uit Valkenburg die in eerste instantie zijn opponent was geweest toen de aanklachten tegen schout Fransen binnen druppelden. De markies betichtte zijn rentmeester die als een soort stadhouder over Hoensbroek en Huis Ter Wijer fungeerde, van slecht management. De schout was slordig omgegaan met zijn beheer waardoor de markies heel wat geld misgelopen was. Willem, zo heette Fransen aan de voorkant, moest hangen en werd door de markies op non-actief gesteld. De schout, een brutaal persoon, gedroeg zich bijzonder grof in zijn reacties, en zou de macht van de markies gaan voelen.

frans-arnold-van-hoensbroeck_faa-1720

Frans Arnold Adriaan met de vrouw die veel te verduren kreeg, in 1720 bij hun trouwerij

  • wordt vervolgd
Advertenties