Verandering op til!

Ondanks het feit dat lokale bestuurders door de Brusselse regels ten aanzien van de behandeling van hun gevangenen aan macht hadden ingeboet, bleven de terechtstellingen doorgaan, zeer zeker in het Kerkraadse gebied waarvoor deze regels ook golden. Toen de Fransen in het kader van de Oostenrijkse successieoorlog in 1745 de Zuidelijke Nederlanden binnentrokken en akelig dichtbij kwamen bezorgde dat de lokale machthebbers waarschijnlijk ernstige migraine en moesten ze hun aandacht wellicht van hun favoriete speeltje, de vervolging van de lokale Limburgse bevolking, afhalen. Schout Willem Fransen was stilgevallen in het Hoensbroekse land en voelde de hete adem van zijn superieur de markies in zijn nek. Er werd niet verder geprocedeerd, maar gevangenen bleven toch nog in 1745 “genieten van hun luxe cel”. Toen Laurens (Lens) Knooren in april 1745 wist te ontsnappen, had de schout al veertien maanden lang geen stappen tegen hem meer gezet.

Eindelijk vrij

Uiteindelijk moest de Raad van Brabant opnieuw ingrijpen om de mensen uit het cachot te “bevrijden”! De opgeslotenen moesten worden vrijgelaten als hun opsluiting alleen maar haar grond vond in onder tortuur verkregen beschuldigingen. Dat was alleen maar te danken aan de heldhaftige strijd die sommige vrouwen voor hun man hadden gevoerd. Onze “held” Hubert Palmen was in de gevangenis zodanig gekraakt dat hij in oktober 1748, drie jaar na zijn vrijlating”, al in zijn geboortedorp Vaesrade stierf.

Een persoon die aan de veelvuldige en onnodige executies walgelijk veel verdiende was de scherprechter of beul. Zo kreeg deze voor de executie van zeventien gevangenen in Schaesberg en Hoensbroek honderd dukaten!! Dit bedrag kwam veelal uit de opbrengst van de in beslag genomen bezittingen van de terechtgestelde personen. Vaker was de landelijke overheid zeer nalatig wat betreft hun bijdrage in de kosten van de vervolgingen. Zo wachtte de rentmeester van Hoensbroek twee jaar lang op het geld dat hij van landswege zou krijgen voor de opvoeding van drie weeskinderen. Hierbij ging het om de achterblijvende kroost van de terechtgestelde zigeuners Ernestius Mistorius en zijn vrouw Liesbeth Jurgens. De rentmeester had de kosten voorgeschoten en ondergebracht bij een Hoensbroekse inwoner en zijn vrouw.

Wat een ellende!!! Het zou echter nog veel en veel erger worden!

**Lees svp de boeken van Francois van Gehuchten, “Bokkenrijders de schande van Limburg deel een en twee, uitgeverij LVD-U, Heerlen (www.lvd-u.nl)

Advertenties