De lifelines van deze beruchte familie

De Ponts b.v. bestond uit vader Mathijs, het opperhoofd zogezegd, zijn eega, drie zonen, vier dochters, een schoonzoon en een schoondochter. Vader Mathijs was de zoon van Georgius Ponts en Maria van Iseren. Ze woonden in de Koestraat te Hoensbroek en hun achterdeur lag aan de Akerstraat. Vader Mathijs kwam op twaalf november 1743 aan zijn einde. In het jaar daarop zou zijn huis in een poging om de sporen van de misdadige familie uit te wissen door de overheid afgebroken worden. Zijn oudste dochter en haar echtgenoot Joannes Honnofs worden zoals bekend een paar maanden later in resp. Echt en Rekem terecht gesteld. Zoon Henricus (Hendrik), geboren in mei 1718, die ook tijdens verhoren door andere bendeleden genoemd werd als zijnde medeplichtig aan allerlei misdrijven, voelde rond deze tijd dat de grond hem te heet onder de voeten werd en escapeerde naar veiliger oorden. Henricus wordt door justitie omschreven als redelijk lang van gestalte, nogal gevuld, met een vol aangezicht en bleek van kleur. Deze loot aan de Ponts stam had al eerder met justitie te maken gehad. In 1742 n.l was hij een paar keer in Gulik in het cachot gestopt vanwege schimmige zaakjes. Na in vrijheid te zijn gesteld keerde hij terug naar zijn geboortedorp. De slimmerd ging er weer als een speer tussen uit toen hij van de arrestaties van medebendeleden vernam.Verder zou hij zwart haar hebben, een grote en puntige neus, stevige armen en benen, en blauwe ogen! Zoon Peter en dochter Maria die resp. 27 en 22 jaar waren toen ze op de executieplek stonden werden geradbraakt en verbrand (Maria) op de dag dat hun pa ook een enkeltje vagevuur kreeg. Ook toen bleef het familieverband intact! Dan was er nog Geertruid Ponts, de tweelingzus van Peter die ook al niet de onschuld zelf was, maar eveneens ervan  verdacht werd in de b.v. Ponts een criminele rol te vervullen.

Birds of a feather of “vogels van een ende selve veeren”!

Het bovenstaande werd door de rechters over deze familie gezegd: deze figuren zijn allemaal hetzelfde en ze zoeken elkaar op. Maria werd omschreven als “dick, swaer ende lanck van postuur, roodt van aansicht, swaert hair blauw van oghen”! De Pontsen waren blijkbaar groot en stevig. Dan was er nog Anna Margaretha Ponts, de in 1723 geboren dochter. Ook zij was bleek van gelaatskleur en tamelijk lang, en werd als medeplichtig aan euvele daden betiteld. Mathias was de benjamin van de familie. Hij werd in 1726 in Hoensbroek geboren en gedoopt. De Pontsen waren voor de buitenwereld klaarblijkelijk christelijke medemensen. Hij moet iemand geweest zijn met een frisse blos op de wangen en een rond gezicht. Hij had al vroeg een handicap, een spraakgebrek. Hij stotterde! Hij verkast op een gegeven moment naar Lontzen in België, en huwt daar Anna Maria Brand, waarmee hij drie kinderen krijgt. Ook hem heeft het vildersvirus goed te pakken, want hij gaat er ook werken als vilder. In mei 1762 loopt hij tegen de lamp. Als hij in een herberg in Heerlen, genaamd “Den Helm**”, aan de uitbater een paard wil verkopen dat hij vlak tevoren bij een boer in Henri-Chapelle gestolen heeft, vertrouwt deze het zaakje niet. De man stelt justitie op de hoogte en Mathias wordt op 14 mei in Heerlen in de boeien geslagen. Na verhoord te zijn wordt hij uitgeleverd aan het gerecht in Lontzen. Mathias had nog een jongere broer, Reynerus die echter op jonge leeftijd overleden is.

**Herberg “Den Helm” was al voor het jaar 1700 de plek waar de schutterij bij elkaar kwam en ook een lokatie waar gehelmde krijgslieden onderdak kregen. Zo waren de schutters van schutterij St.Sebastianus er toen al kind aan huis. Volgens een artikel in “Het Land van Herle” uit 1952, is het niet gewaagd te veronderstellen dat de kapitein van de schutterij, Frederick Scheepers, in augustus 1761 deze herberg kocht.

 

 

Advertenties