Een bezige vrouw

Catharina werd in 1688 geboren en gedoopt in Hoensbroek. Ze trouwde vrij laat als alleenstaande moeder in 1724 met haar reddende engel Willem Henrichs. Deze was twaalf jaar jonger, maar zou tien jaar eerder dan zijn vrouw in 1733 sterven. Feit was dat deze dame geen onbeschreven blad was. Ze had n.l al twee kinderen uit een onwettige relatie met een zekere Petrus Beckers. Hierbij ging het om Peter en Barbara. Het meisje, de jongste, werd in augustus 1713 in Hoensbroek gedoopt. De vrouw huwde in augustus 1734 op zesenveertig jarige leeftijd te Eygelshoven Nicolaas Elven, een vilder die afkomstig was uit het in het Duitse aartsbisdom Trier gelegen Niederzisen. Het echtpaar vestigde zich in de Rötsch in Ubach over Worms. Catharina had ook nog een broer, de uit 1695 stammende Melchior “Melser” Bemelmans die in Vaesrade woonde. Melser was in 1724 getrouwd met Agnes van Geul, die al drie jaar later zou overlijden. In het jaar daarop, 1728, huwde hij nog een tweede keer, en ditmaal was Regina Nijsten uit Nuth de gelukkige. Melser was ook in allerlei duistere zaakje verwikkeld en werd o.a. in november en december 1743 van medeplichtigheid aan inbraken en diefstallen beschuldigd door resp. Hendrik Witmakers en Jan Schorens. Melser ging er vandoor toen hij voelde dat de grond hem te heet werd onder de voeten. Dat gebeurde op 24 oktober 1743. Melser, die naast Houbert Palmen woonde, zag toen met eigen ogen hoe zijn buurman door justitiemedwerkers in de boeien geslagen werd. Duidelijker kon niet!! In januari 1744 zou Ida Ponts hem nog noemen als bendelid.

Catharina komt onder vuur te liggen

Op 27 maart 1743 geeft de officier van justitie opdracht tot de “apprehansie corporeel” oftewel de gevangenneming van Katrijn. Uit de “Staet van gerichts Costen in Saecke criminelle tegens de geëxecuteerde Catrijn Bemelmans” uit mei 1751 blijkt hoe een en ander verliep voor deze vrouw vanaf haar arrestatie. Zowel de bode als de griffier moesten aan de bak om dit karwei te klaren, maar alleen de griffier en de officier van justitie kregen extra betaald. De griffier kreeg een stuiver, de officier vier!! Katrijn werd daarna opgesloten in een koude onaangename cel op het kasteel te ‘s-Hertogenrade, Burcht Rode. Daarna ging de aanklager over tot het houden van confrontaties met reeds zittende gedetineerden die dan op hun beurt weer mevrouw Bemelmans zouden beschuldigen. Tenminste daar ging hij van uit! Op die manier kwam ze tegenover Niclas Peters en Marie Peters te staan. Niclas kennen we al uit een eerder artikel als de klompenmaker uit Ubach over Worms, die niet alleen klompenmaker was. Het verhoor van Katrijn schoot niet echt op, maar op 15 mei beloofde ze beterschap. Ze wilde nu de waarheid gaan vertellen. Het werd weer geen succes en toen besloot de rechtbank maar om over te gaan tot de scherpe examinatie. Dat gebeurde van 28 tot en met 30 mei. Na nog een confrontatie kreeg de rechtbank in de gaten dat Katrijn stiekem het een en ander verzwegen had. Dat hoorden ze van twee mannen, een zekere Wolters en Strijffels, die vertelden dat ze er zeker van waren dat de vrouw aanwezig was geweest bij “vele kerk- en andere diefstallen”. Het doek begon te vallen voor onze “heldin”, want op 28 augustus viel het eindoordeel van de rechtbank. Doodstraf door wurging aan een paal en aansluitend  verbranding! Het zware onmenselijke vonnis werd op tien september 1743 voltrokken op de galgenplaats aan de Langenpoel te Ubach over Worms. Weer had de Hollandse elitaire overheid een mens geslachtofferd voor haar onmenselijke vervolging. Een vonnis dat niet in verhouding stond tot de werkelijke vergrijpen. Haar man, Nicolaas Elven was er inmiddels tussen uit gegaan en had al een maitresse gevonden in het bij Aken gelegen Hillendorf.

Gertrudis Bemelmans

Geertruid was getrouwd met een in het bendewezen bekende inwoner uit Nieuwstadt, Bernard Beckx. Hij was er in 1700 geboren en huwde in 1724 een zekere Elisabeth Schilbers. In 1735 stapte hij voor de tweede keer in het huwelijksbootje, nu met onze Gertrudis. Beckx was, het kan niet anders, vilder en had een behoorlijk slechte reputatie, zeker bij justitie. Hij werd omschreven als een “infaemen schelm ende door alle landen bekende dief”. Gertrudis was een jongere zus van Katrijn en overleed op een maart 1743. Bernard kon het moeilijk zonder vrouw stellen. Nadat Geertruid overleden was huwde hij al snel Johanna Honnofs, de een jaar jongere weduwe van de vilder Honnofs. Beckx was zodanig verstrikt in de misdaad, dat hij na zijn arrestatie in december 1743 op onmenselijke wijze terechtgesteld werd. Te erg om hier te beschrijven! Zijn meest recente vrouw werd een maand later opgehangen in haar nieuwe woonplaats Nieuwstadt. Einde verhaal.

Bron: RHCL Maastricht

Advertenties