Een weinig bekend persoon

Over Johan (Jan), de “Fluijter van Bronssem” is niet zoveel bekend. Als je de vele wijzen van het toenmalige spellen van namen in gedachten houdt, zijn deze man en Joannes Reijnkents mogelijk een en dezelfde persoon. Hij was getrouwd met Sibilla Sijben en had ook kinderen. Een speelman was een rondtrekkende muzikant die vaker in herbergen optrad en zo aan de kost kwam. Meerdere malen functioneerde hij in de overgebleven akten als de ogen en oren van diegenen die kwaad wilden. De speelman kwam op vele plekken en als hij er de juiste instelling voor had, wist hij wel het een en ander dat belangrijk was voor lieden die minder goede bedoelingen hadden. Hij wist wie geld had, waar spullen gestolen konden worden en vooral bij welke boeren er hammen konden worden geroofd. Als in augustus 1743 op kasteel Amstenrade de aangeklaagde en gevangen zittende Hendrik Meels wordt ondervraagd, valt ook de naam van Renckens. Meels krijgt welgeteld zevenentwintig vragen te beantwoorden, waarvan hij de meesten ontkent. Een van de vragen gaat over het feit of hij Jan Renckens kent. Hij zegt dat hij hem wel eens gezien heeft, maar dat hij hem nooit in een gevangenis heeft ontmoet. De vierentwintigjarige uit Merkelbeek stammende Meels had voordien een tijd gewoond bij een zekere Henric Jeurissen op de Cling, een hang- en sluitwerk expert, maar werkte ook samen met zijn broer Johannes. Zij trokken als een soort koopmannen naar Holland om daar te handelen in sloten en dergelijke. Soortgelijk werk deed hij ook met zijn broer Wijn.

Een brave Hendrik?

Meels vertelt getrouwd te zijn met Anna Meijsen,  als bastaard geboren te Puth. Hij was met Vastenavond 1743 met haar getrouwd en ze was nu in verwachting van het eerste kind. Hij bevestigt de vildersfamilies Ponts en Klinckerts te kennen, maar alleen vanwege het feit dat ze wel eens in het huis van zijn moeder kwamen. Op het einde van het “interview” geeft hij nog eens aan dat hij nog nooit een appel of een peer heeft gestolen. De rechtbank is niet tevreden, want in september 1743 arrangeren ze een confrontatie tussen “Henric Meelers” en Peter Ponts. Voor dit partijtje wordt Meels overigens naar kasteel Hoensbroek vervoerd waar Ponts vastzit. Helaas voor Henric steekt Ponts van wal met te vertellen dat hij hem wel degelijk kent, en dat ze samen bij nacht allerlei stoutigheden hebben uitgehaald. Zo beschuldigt hij hem ervan aanwezig te zijn geweest bij de overvallen op de pastorie van Scheijdt en op het huis van Henric Doutzenbergh in 1742. Meels ontkent pertinent. Als Ponts vasthoudend blijkt, bekent hij uiteindelijk, maar zegt geen verdere namen en bijzonderheden meer te kunnen geven. Als de rechtbank zegt dat hij meegedaan heeft aan de overval op de pastorie van Mariaberg ontkent hij en zegt dat hij alleen nog maar present was bij de inbraak bij Anna Sijpeskotten in Twembruggen. Ponts noemt nu nog meer situaties waarin ze samen met anderen hebben geroofd en gestolen, en weer gaat Meels door de knieën, maar zegt niet wat hij voor deze medewerking aan buit gekregen heeft. Ook ontkent hij mordicus boter gestolen te hebben bij Hendrik de schoenmaker in Brunssum. Meels doet nu net alsof hij gaat hallucineren om zo de rechtbank te misleiden. Hij wil niet zeggen wie er bij de overval op Sijpeskotten betrokken waren. Uiteindelijk noemt hij toch nog “Fleuter Jan van Brounssem”, Lenert Jans uit dezelfde plaats, Hans den tambour, en een zekere Peter van Schinvelt die ook te Amstenrade gevangen zit. Wel wordt duidelijk dat onze Fleuterjan ( Jan Renckens)  uit Brunssum heeft meegedaan aan de overval op Jan Essers bij Merkstein. Op de vijftiende november 1743 wordt het vonnis tegen Meels uitgesproken en op de negentiende  november wordt hij door de scherprechter terechtgesteld. Het is niet te traceren wat er met onze vriend de fluitist gebeurd is. Hopelijk floot hij nog vele deuntjes in vrijheid, ergere misdaden dan de elite pleegde kon hij toch niet op zijn naam schrijven!

**Kasteel Amstenrade door Jonkheer Teding van Berkhout

kasteel-amstenrade

 

Advertenties