uittreksel_uit_de_de_ferrariskaart_met_nagelbeek_bij_schinnen_tonende_de_mate_van_detail_en_de_aard_der_opgenomen_gegevens

** Nagelbeek op een Franse kaart uit 1771-1775 gelegen dichtbij de “Nieuhoff”

Nagelbeek

Joannes sr. had de bijnaam de “rode speelman van Nagelbeck”, hetgeen met zijn opvallende rode haarkleur te maken had. Hij speelde ook nog eens viool en hij trad in die hoedanigheid op in herbergen, en op kermissen en markten.Vandaar de bijnaam speelman. Nagelbeek was een gehucht van het toenmalige Schinnen, gelegen in het dal van de Geleenbeek. Een 300 jaar geleden lagen er een aantal leengoederen ( boerderijen etc.) die in het bezit waren van de leenhoven Ter Borch en Sint-Jansgeleen. Nagelbeek is ook de plek waar fruitteler Jean Canisius in 1903 begon met het stoken van zijn lekkere stroop. Catsberg werd in november 1680 in Schinnen geboren, en trouwde in 1703 met de dan 23 jarige Maria Frissen uit het bij Schimmert gelegen Hulsberg. Hun oudste zoon, ook Joannes geheten en geboren in 1710, had naast de zussen Maria en  Petronella nog drie andere broers en zussen. Hij huwde met Maria Frissen. We zullen hem nader leren kennen!! Hij had ook een bijnaam, “het Henske van Nagelbeck”, en had zelfs twee banen.Hij was speelman en daarnaast ook bedelaar. Tijdens het verhoor van Jan Schoerens uit Thull-Schinnen had de rechtbank al serieus geïnformeerd bij hem of hij vader en zoon Catsberg kende. Jan had toen geantwoord dat hij ze wel van zien kende, maar er geen persoonlijke band mee onderhield. Dat was nog niet alles. Hendrik Witmakers uit Schinnen had onder invloed van de helse pijnen tengevolge van het scherpe verhoor op 25 en 26 november 1743  vader en zoon Catsberg genoemd als betrokkenen bij de overval op een alleen wonende vrouw op het Rooth bij Bemelen.

Schoerens beschuldigt de “Rode speelman van Nagelbeck”

Nadat bij hem op twee december 1743 op Huis Schinnen de duim- en de beenschroeven waren aangebracht produceerde Jan Schoerens door de pijnen heel wat namen van hem bekende medeplichtigen. Daar zaten ook onze vrienden uit Nagelbeek bij. Jan omschreef hem als “Joannes Catsberg den ouden met desselfs zoon Henske”. Henske had Schoerens warm gemaakt voor een diefstal die ze zouden moeten plegen bij een bewoner van een woning aan de Steenweg te Sittard. De jonge Catsberg was ook present geweest bij de overval op de kapelanie van Hoensbroek. Voor dit delict had Schoerens echter alle nodige informatie gekregen van Catsberg senior. De Catsbergs waren dus goed op de hoogte! Op 17 december 1743 werd het definitieve vonnis tegen de Rode Speelman op papier gezet door de rechtbank. Ze waren tot dit vonnis gekomen na rijp beraad en na consultatie van twee gegradueerde rechtsgeleerden, aldus de rechters. Dit als voorafje om zich zelf in te dekken! Hij werd van zeven zware delicten beschuldigd. Deze werden door hem en anderen gepleegd in Sittard, Op het Raath bij Bingelrade, in Vaesrade, in Limbricht, in Amstenrade, Spaubeek en Brunssum. Hij werd om een afschrikwekkend voorbeeld te stellen, veroordeeld tot een zeer zware straf. Hij zou eerst gewurgd worden en daarna nog eens op de brandstapel komen. Het gerecht wilde op zeker gaan. Alle hem toebehorende spullen waren verbeurd verklaard en hoorden nu de rechtbank toe. Hieruit werden onder andere alle gerechtskosten betaald, voor zover er natuurlijk bezit was dat geld opbracht. Aldus “beraamt op het casteel van Schinnen”, zo stelt de letterlijke tekst van het document.

Zoon Henske

Junior, de beroepsbedelaar, werd op dezelfde dag als zijn vader naar de galg gebracht. Hij was ook op dezelfde dag als Catsberg senior gearresteerd. De Rode Speelman had voortaan een ander publiek voor zijn muziek en verzen en zoon Henske ging er trouw met de hoed rond!! Ze moesten toch ergens van leven. De elite in die tijd maakte zich net als nu alleen druk om hun eigen kringetje.

Advertenties