De derde dag, weer een verhoor!

Nauwelijks bekomen van zijn pijnlijke verhoren, moest onze Hendrik een dag later, op 27 november, weer uit zijn cachot kruipen om de rechtbank van dienst te zijn. Nadat een schepen hem onder zijn neus gewreven had wat hij allemaal bekend had tijdens de afgelopen sessies, moest hij de eed afleggen om “de discenda veritate”, de waarheid te spreken. Witmakers verklaarde dan ook netjes bij zijn eerder gedane uitspraken te blijven. De rechters laten alle misdaden waarvan hij beticht wordt voorbij komen en spreken duidelijk uit dat Hendrik alles wat hij daarover gezegd heeft handhaaft, ook wat betreft de deelname aan deze criminele zaken van de vele kameraden die hij tijdens zijn verhoren heeft vermeld! Dat laatste moest heel helder zijn, want het vormde de basis om die anderen ook weer juridisch te kunnen aanpakken. Gerechtssecretaris Dullens schrijft het zeer accuraat op en leest op het einde het document woord voor woord aan hem voor. Witmakers “persisteert” bij zijn verklaringen. Hij waagt het toch nog een uitzondering te maken. Hij verklaart Leonard Jessen, een van origine uit Geleen stammend persoon, “bij abuijs”van medewerking beticht te hebben. Hij herroept dus zijn verklaring op dit specifieke onderdeel! Weer tekent hij met een kruisje, vanwege ” onkundt van scrijven”. Het is allerminst zeker dat dit de heer Jessen hielp. Want tijdens het verhoor van Jan Schoerens van twee december 1743, noemde deze vrolijk Jessen als een volijverig medewerker van de “b.v. Roof en Inbraak”. Schout Dieteren van Schinnen knipperde niet eens meer met zijn wenkbrauwen.

Het zit Witmakers niet mee

Witmakers had duidelijk de wind niet in de zeilen. De 56-jarige voormalige veldbode was lichamelijk en geestelijk een gebroken man. Hij voelde dat hij geen schijn van kans had om zijn ellendige verblijf op Ter Borch nog als vrij man te kunnen verlaten. Bijna alle kameraden die met hem samengewerkt hadden, waren gepakt en waren er even erg als hijzelf aan toe. Ontsnappen was bijna onmogelijk! Hij had overal pijn door de tortuur “per omnes gradus” oftewel op alle graden. Het supermenu van de scherprechter. Op 17 december 1743 worden vijf mannen in een spookachtige optocht naar de Danikerberg gebracht. Hendrik Witmakers, Anthoon Winckens, Joannes Catsberg oftewel de “Rode Speelman”, zoon Henske Catsberg, en Johannes Schoerens, “het Scheuerke”. Het wordt een tweegangen menu voor de vele kijklustigen! De vijf mannen worden eerst aan een paal gewurgd, en daarna met paal en al verbrand. De eerste vijf “slachtoffers” uit Schinnen van de vervolging waren gevallen.

Wat gebeurde er met naamgenoot Richard Witmakers?

Hendrik had “Rick”, zo noemde hij hem tijdens verhoren, aangewezen als een van de gezellen van de bende. Richard was al een old-timer, 62 jaar oud, en in Schinnen geboren. In 1717 had hij Catharina Kleinjans gehuwd. Hij had een bijnaam,  “Rijkske van gen Hegge”. Dat kwam door zijn woonplek. Hij woonde te Hegge-Schinnen. Richard had misschien geluk, maar ook pech. Tijdens deze periode van talloze arrestaties bleek hij ernstig ziek te zijn. Justitie verkeerde waarschijnlijk een in tot dan toe ongekende compassiemodus en pakte hem niet op. Hij stierf aan de tering op 23 november 1743, dik drie weken voordat het dorp Schinnen vijf personen in inwoneraantal zou dalen.

Advertenties