Hendrik de welgestelde “Bokkenrijder”?

Hendrik zag in 1704 het levenslicht te Schuiteneinde-Schinnen. Zijn harde werken als landbouwer en grondeigenaar werd op termijn beloond. Hij was voor die tijd iemand die zijn zaakjes voor elkaar had. Hij was in 1730 getrouwd met Catharina Borvelts uit Hegge en kreeg met haar vier kinderen. Zijn vrouw stierf al in 1748 en maakte dus niet meer mee dat haar man in zware moeilijkheden kwam. Hendrik bleef zitten met vier jonge kinderen tussen de zeven en negentien. Het verhoor onder tortuur van Wijn Wijnen op 22 december 1750 te Schinnen werd hem noodlottig. Wijn vertelde aan de rechtbank dat Hendrik deelgenomen had aan de overval op de zussen Gaddé in Lutterade en op het huis van Henric Petri in 1750. Dat deed voor hem de deur dicht. Hij was ten einde raad en wist welhaast zeker dat justitie hem zou oppakken. Wat moest hij doen met zijn kinderen? Ze waren alle vier nog erg jong. Zijn vrouw was al dood vanaf 1748. Wie zou er voor zijn kinderen zorgen? Justitie tastte door en liet op achttien maart 1751 door een gerechtsbode het arrestatiebevel aan zijn huis bezorgen. Ramaekers was in alle staten. Hij besloot er tussen uit te gaan. Toen de volgende dag schout Frans Jozef de Limpens met zijn drie ondersteuners, de gerechtsbodes Claessens, Hamers en Theunissen naar de boerderij van Ramaekers gingen, bleek de vogel gevlogen. Het viertal stond voor een dilemma. Wat nu? Er was echter nog een mogelijkheid om aan de weet te komen waar hij was. Ze wisten dat zijn broer Mathijs in de buurt woonde. Toen ze daar aankwamen gedroeg deze zich zeer verdacht. Hij weigerde gevolg te geven aan het bevel om de deur open te maken, zwaaide wild met een schop en bedreigde gerechtsbode Claessens met de dood. Hij schreeuwde ” hei verdomde hondsvotten maak dat je hier weg komt, of ik schiet jullie voor de kop”!!

Een dolgedraaide broer

In allerijl werd de toenmalige ME, de Nagelbeekse schutterij, opgeroepen om bijstand te verlenen. Matthijs draaide helemaal door en dreigde de lokale schepen Claessens om voor hem binnen vierentwintig uur een vertrek van deze planeet te regelen. Het lukte de schutten eindelijk om met het nodige geweld de woning binnen te komen. Plotseling dook daar een andere wildeman op. Het bleek te gaan om neef Peter Ramaekers. Ook hij introduceerde zichzelf heel duidelijk en bedreigde Claessens met de woorden, “Wen du mijn nonk attaqueerts, sal digh de keertze uytgaen en uijtgeblosen weerden”. Dat was begrijpelijke taal voor de gerechtsdienaar! Het oorspronkelijke doel, Hendrik, bleef echter spoorloos. Twee dagen later ging justitie opnieuw een poging doen hem te arresteren. Ze trokken gewapend naar het Schinse buurtschap Wolfhagen, waar Hendriks zwager Christiaan Peusens woonde. De mannen doorzochten de woning maar konden niemand ontdekken. Toen ze in de stal aankwamen en Peusens vroegen van wie het paard dat zich daar bevond was, kon of wilde hij die vraag niet beantwoorden.  De justitiële zoektroep nam het paard dan ook mee. Ook Peusens werd agressief en nam het op voor zijn familielid. De opgekropte haat van de arme boerenbevolking richtte zich begrijpelijkerwijs weer tot hun eigen dorpsgenoot, de schepen Claessens. Een man uit hun eigen midden die volop samenwerkte met de elitaire gezagsdragers, dat verdroeg men niet. Hij werd door hun extra verguisd! Het zeumeren van tarwe aren was voor hun immers al voldoende om met de strop beloond te worden.

hooien-juli-weesp-e1480425533735.jpg

De arme knechten en dagloners hooien op het land van de graaf, die zelf een kijkje komt nemen met zijn liefje ( rechts).

  • Wordt vervolgd door deel twee, en met dank aan Fr. van Gehuchten, G.Ramaekers, Theo Pasing en de Bokkenrijders en hun afstammelingen site van John van Eekelen.
Advertenties