Nol “de trouwe jongen”

Er waren nogal wat gezellen onder de Schinse leden van de “bende” die er bewust of misschien ook wel noodgedwongen voor kozen om in een van de vele buurtschappen te wonen. Hun duistere zaakjes zouden veel meer opvallen in het kleine centrum van het dorp, dan aan de randen van het Schinse rechtsgebied waar in de avonduren bijna nooit mensen kwamen, en waar nachtelijke activiteiten dus ook door bijna niemand opgemerkt konden worden. Maar misschien was het ook wel zo dat ze door hun armoedige omstandigheden net daar woonden. Geld voor een betere woning hadden ze niet, dus was een leven een van de vele bouwvallige krotten voor hun vanzelfsprekend. Nol kwam uit het buurtschap Nagelbeek, geen onbekend oord in de kringen van de gezellen, en was in 1731 geboren. Hij was als negentien jarige gast nog niet aan de vrouw geraakt en werkte als varkenshoeder bij een boer.Hij was alom bekend onder twee bijnamen, “Nol met de siecke oogen”en “de trouwe jongen”! Had hij die naam omdat je op hem kom rekenen? We weten het niet. Het was ook een neef van het prominente bendelid Geerling Daniëls uit Wolfshagen. Nol’s vader, Leonard Caldenberg was gehuwd met Gertrudis Daniëls. De schoenlapper uit Wolfshagen hoedde op zijn manier als mentor de  vijfendertig jaar jongere Nol tijdens zijn opleiding tot volwaardig bendelid. Onze vriend Willem woonde in Spaubeek en was getrouwd met Maria Hamers uit de in het bendewezen bekende familie. Willem was lang niet het enige bendelid die op Spaubeeks gebied resideerden.

Nol slaat op de vlucht

Nol die behoorlijk loenste, vandaar zijn bijnaam, had niet genoeg aan een baan om te overleven. Om zijn armzalige verdiensten aan te vullen werkte hij ook nog als bedelaar en in het geheim als nachtdief. Op tien september 1750 bekende de in kasteel Ter Borch vastzittende Wijn Wijnen tijdens een scherp verhoor dat Nol meegedaan had aan een overval op de Steenweg te Sittard. Een week later deed justitie een aanhoudingsbevel uitgaan tegen Nol Caldenberg! Nol zat in zak en as. In Schinnen blijven was geen optie. Waar moest hij naar toe? Nol besloot toen om naar zijn oom in Ulestraten te gaan en daar onder te duiken. Het ging even goed, maar toen de lokale schout een tip kreeg dat Nol daar verborgen zat was het zo met hem gebeurd. Hij werd op 27 oktober opgepakt en in eerste instantie door de assistenten van de schout, de schutten, naar kasteel Geulle gebracht. De dag daarop echter stond het vervoer naar Ter Borch al gepland. Men wilde hem zo snel mogelijk in de eigen jurisdictie hebben. Het zou niet blijven bij de beschuldiging van Wijn Wijnen!

Nol’s voormalige baas doet zijn mond open

Boer Gerard Schiffelers van Hof Breinder wilde wel een duit in het zakje doen, toen hij hoorde dat justitie zijn voormalige knecht in Ter Borch achter slot en grendel hield. Hij was opgeroepen als getuige en in die hoedanigheid verklaarde hij dat de toen vijftien jarige Nol vier jaar geleden spullen bij hem gestolen had. Nol zou die later thuis hebben verstopt. Al spoedig bleek dat Nol op nog meer plekken zaken ontvreemd had. “Positief” was dat nu naar voren kwam dat hij daarvoor flink door zijn ouders was aangepakt. Bij zijn eerste ondervraging al, werd Nol panisch. Bij het tonen van de martelwerktuigen, een veelgebruikte truc, sloeg hij compleet door. Hij vertelde er zonder ophouden op los en had het over een aanvoerder van de bende die hij bij Wijn Wijnen thuis ontmoet had. De man zou volgens hem Peter (Peter Tacken) heten, een slotenmaker uit de buurt. Geen enkele andere gevangene kon dit verhaal echter bevestigen. Nol bevestigde echter alles wat de ondervragers hem voorhielden, maar kon geen bijzonderheden verstrekken. Volgens hem had hij alleen op de uitkijk gestaan. Hij wist zijn leven te rekken door allerlei nonsens eruit te kramen. Steeds opnieuw noemde hij meer namen aan de gulzige rechters, maar uiteindelijk wachtte ook deze arme jongeman de strop.Een volledig kansloos iemand in een wereld van armen tegenover de rijke elite was in deze setting ten dode opgeschreven. Op 15 mei hing hij op de Danikerberg aan de galg!!

Scheele Willem slaat op de vlucht

Willem kwam zoals bekend uit Spaubeek, vlak bij de grens met Staats-Valkenburg op een steenworp afstand van Schinnen. Willem hield zijn ogen en oren goed open. Hij wist donders goed dat hij bij het bendewezen betrokken was. Zo vertelde een kompaan van hem, Michiel Hennix uit Spaubeek, dat Willem aanwezig was geweest bij een een ritueel waarbij ze God loochenden en de duivel toezworen. Dat zou plaatsgevonden hebben in het huis van Matthijs Swinnen te Puth. Het moet gezellig geweest zijn. De beide dochters van Matthijs zorgden voor brandewijn en bier, en toen de stemming er goed inzat, was het tijd om met de twee voorste vingers van de rechterhand de eed op de duivel te zweren. Willem die zijn scheelheid benutte om alle kanten op te kijken, vernam steeds meer alarmerende geluiden dat hij in beeld van justitie was geraakt.Hij telde zijn zegeningen en besloot te vluchten. Justitie ter plekke bleef niet stilzitten maar verkocht in de loop van 1751, kort nadat hij er tussen uit was gegaan, een deel van zijn bezittingen. Willem werd onder meer verdacht van medwerking aan het in brand steken van de woning van de gehate drossaard Duijckers te Raath in augustus 1751. Uit de rekening die de opbrengst van het verkochte bezit van veroordeelde personen bijhield valt af te leiden dat het hierbij om een bedrag van tien gulden en elf stuivers ging. Ui andere rekeningen blijkt overigens dat advocaten die de rechtbank adviseerden grootverdieners waren. Zo kregen de rechtsgeleerden Reul en Brand 634 gulden en vijf stuivers voor hun bemoeienissen. Een kapitaal!! Scheele Willem bleef weg. Wat zou er van hem geworden zijn?

bokkenrijders.jpg

Advertenties