Nicolaes “den Stomp” neemt plaats op de dodenkar

Joannes was niet de enige die op achttien december de vernietigende kracht van justitie zou voelen. Er waren nog twee andere Gulpenaren die op een platte kar gezeten en begeleid door de schutterij naar de plek des oordeels gevoerd zouden worden.Wat moeten deze mannen gevoeld hebben? Wat hadden ze werkelijk gedaan? Was een kruimeldiefstal of inbraak genoeg reden om iemand op te hangen? Ja, voor de toenmalige elitaire justitie wel. De misdrijven die ze zelf begingen werden echter vaak met de mantel der liefde door leden van hun eigen klasse bedekt. Onze eerste Gulpenaar is Nicolaes de la Haye, bijgenaamd “de Stomp”! Hij was al op veertien mei 1776 gearresteerd en te Valkenburg gevangen gezet. De in 1724 geboren hoefsmit was gehuwd met Magadalena Panackers. Hun huwelijk was kinderloos. Nicolaes was al eerder beschuldigd. In februari 1775 vertelde de gedetineerde Frans Brassé aan justitie dat een zekere “Claas La Haije, alias den Stomp, woont op den Hoek als men naar Schoeler (Scheulder) gaat”, tot de beruchte Bende Nachtdieven zou behoren. Brassé wordt vier dagen achter elkaar door het gerecht gegrild in de hoop weer nieuwe potentiële verdachten te kunnen oppakken.In eerste aanleg beweert hij dat Nicolaes deelgenomen heeft aan diefstallen aan de Maasband ( bij Elsloo) en op de Kluis te Valkenburg. Hij probeert tijd te rekken. Op de tweede verhoordag schiet hem weer iets te binnen. “Den Stomp” zou ook deel uit gemaakt hebben van de groep die de pastoor in Margraten overviel. Waarom weet hij dit alles zo goed.Brassé was een prominent lid van de bende, en was als zodanig bij menig klusje aanwezig.Nicolaes zou volgens hem een blauwe jas hebben gedragen en een stok bij zich hebben gehad. Brassé die al aan justitie bekend had aanwezig te zijn geweest bij de overval op de Frisschenhof in Arensgenhout, dan al vijftien jaar geleden, zei dat De la Haye ook daar deel uitgemaakt had van de roverstroep. De laatste dag van dit “onderonsje” met Frans Anton Brassé gebruikten de rechters om hem nog eens bij zijn gedane uitlatingen te laten blijven. Dat zat weer snor.

Nicolaes was al eerder met de rechtbank in contact gekomen

Marcellus de Swart, de lokale Gulpense schout, was al eerder in actie gekomen tegen De la Haye, hetgeen blijkt uit een document van tweeëntwintig februari 1775. De schout had al op veertien september 1774 een klacht ingediend tegen hem vanwege beledigingen en roddels die Nicolaes over hem her en der rondgestrooid had. De Stomp kreeg dan ook op zesentwintig oktober 1774 een veeg uit de pan van justitie, oftewel een reprimande van jawelste!  Hij werd gesommeerd om na het uitspreken van het vonnis in het Valkenburgse justitiehuis “met open deuren en vensters” te verklaren dat de schout een “eerlijk, deugdelijk en ordentlijk man, op wiens naem en faam niets te seggen was” was. Praktisch betekende dat dat hij voor het open raam staande van het justitiegebouw pal voor het Valkenburgse volk zijn roddels en kwaadsprekerij ten aanzien van deze overheidsfunctionaris moest herroepen. Hij zou nederig zijn excuses moeten uitspreken ten aanzien van de schout en afstand moeten nemen van zijn op vijfentwintig juli 1774 uitgesproken lasterpraat en moeten beloven dit soort praktijken nooit meer te hanteren. De la Haye ondertekende braafjes het verbaal ten teken dat hij het volledig eens was met de strekking van het document. Uit de rekening van de chirurgijn van dertig maart 1776 blijkt dat De la Haye in april 1775 weer door de rechtbank “verhoord” is. Hij moet dus opnieuw  in beeld gekomen zijn. De geneesheer declareert voor zijn drie weken durende “inzet” aan presentie en medicatie een bedrag van ongeveer vierentwintig gulden!!

De schout van Gulpen declareert

Op elf mei 1776 geeft de schout een overzicht van alle uitgaven die hij gedaan heeft in het kader van het tot dan gedane onderzoek naar de “drie van Gulpen”. Hieruit blijkt dat deze overheidsdienaar alle uitgaven gedaan voor de chirurgijn, de landsdokter en de scherprechter in eerste instantie uit eigen zak heeft voorgeschoten. Zo was hij begin mei met procureur Pieters naar Maastricht gegaan om aldaar met gerechtsdienaar de Limpens alle zaken betreffende de drie beschuldigde Gulpenaren door te nemen. Hij wilde zeker zijn dat er ook bewijs was voor de daden van deze mannen.Hij voerde vijf gulden aan kosten op voor verteer en de tocht naar de stad, ” sijnde drie uren van zijn woonsteede”! Hij toog ook nog eens naar Amij (Amby) om er met secretaris van den Heuvel te spreken over gevangene de la Haye. Een paar dagen later ging hij weer naar de stad. Hij had daar een afspraak met drossaard de Limpens. Er was een huisvestingsprobleem in Gulpen! Op kasteel Neubourg bleek er n.l. een “manquement van caschotten” te zijn. In gewoon Nederlands betekende het dat de gevangeniscellen niet uitbraakbestendig waren. Er werd dan ook besloten dat de la Haye naar de gevangenis te Valkenburg zou worden gebracht. Dat leverde een aantal bijkomstige moeilijkheden op. De gevangene zou op zijn tocht door de jurisdictie van naburige rechters moeten reizen. Dat kostte de bank Gulpen weer extra geld en mankracht, o.a. voor de bezorging van drie express-brieven met verzoeken om goedkeuring voor de “overtocht”. Deze brieven gingen naar de overheden te “Aldenvalkenburg, Strucht en Wilree”. Nicolaes werd op veertien mei te Gulpen opgepakt en er gedurende de dag door zes schutters bewaakt. In de vooravond werd hij door zes “verse”schutters en een gerechtsbode naar Valkenburg gebracht. Op deze dag zou ook al het eerste verhoor plaatsvinden.

* wordt vervolgd

Advertenties