De la Haye wordt gegijzeld

Op veertien mei 1776 kwam de schriftelijke goedkeuring van drossaard de Limpens om de la Haye op te pakken. Daaraan gekoppeld was ook een onmiddellijke inventarisatie van al zijn roerende goederen en effecten. De la Haye was verlinkt door de reeds gevangen zittende bendeleden Anthon Bosch, Frans Brassé en Anthon Overkoren. De schepenen waren ervan overtuigd dat hij op basis van hun uitspraken deel uitmaakte van de bende nachtdieven en dat hij zo spoedig mogelijk in “civile detentie”moest komen. Dat gebeurde ook. Hij werd vooraleerst in zijn huis te Gulpen gegijzeld en bewaakt door zes man. Voor “stricte detentie” zou dan het vervoer naar de gevangenis in het Landshuis te Valkenburg zorgen. Het eerste verhoor vond al op dezelfde dag plaats. De eenenvijftige jarige schoenmaker verklaarde dat hij de kerels die hem van kwaad beticht hadden niet kende en dat hij met deze lieden ook op geen enkele wijze ruzie of wat dan ook had gehad. Hij kende ook geen bende die de regio onveilig maakte en had nog nooit van diefstallen of inbraken door deze mannen begaan, gehoord. Het verhoor duurde maar kort. De rechters hadden nog meer te doen. Ze moesten nog naar de woning van Nicolaes om daar een nauwgezette inventaris op te maken van al hetgeen zich daar bevond. Schepenen Craen en Bausch noteerden vijfenveertig verschillende zaken op hun lijst.Die varieërden van tinnen schotels, borden, leunstoel met tafel, en een rund tot en met tweeëntwintig bijenkorven. Twee daarvan behoorden toe aan een man uit de buurt, een zekere Peerboom uit de Roon!

De verkoop van de roerende goederen op zeventien mei 1776

Nog voor dat hij bekend had en nog voor er degelijk bewijs geleverd was, werd al een deel van zijn inboedel verkocht! Schuldig was hij immers al volgens de rechtbank door de uitspraken van Bosch en consorten.Het gerecht had nog iets voor de la Haye in petto. Ze hadden een paar vragen die een beetje vreemd overkomen, maar die kennelijk te maken hadden met niet opgeloste zaken. Nu de gedetineerde er toch was konden ze dat maar het beste aan hem vragen. De vraagstelling geeft de indruk dat hij al bij voorbaat schuldig hieraan is.Een paar jaar eerder was er te Gulpen een koffer ontvreemd die achter op een postkoets was vastgemaakt. De schout wil van hem weten waar en wanneer dat is gebeurd, wie er bij dit misdrijf betrokken was, en waar de inhoud van de koffer gebleven is. De volgende vraag betreft een joodse inwoner uit Maastricht die klaarblijkelijk een aantal jaren geleden bij de la Haye thuis is geweest. Is dit waar en hoe lang is dit geleden, wil de schout weten. De jood zou daarna door de Nicolaes en anderen aan zijn benen zijn vastgebonden en toen aan een boom zijn opgehangen. De la Haye speelt de vermoorde onschuld. De rechtbank is duidelijk ontevreden en is op zoek naar een volgende troefkaart. Ze komen op negenentwintig augustus op de proppen met een zekere Leonard Eijssen, die ze in een confrontatie zullen uitspelen tegen “den Stomp”. De gebruikelijke procedure wordt weer gehanteerd. Kennen de mannen elkaar, hebben ze ooit ruzie gehad, en zijn ze lid van die verdoemde bende. Het vooropgezette plan was om als Nicolaes zou ontkennen bij de bende te zijn, dat er dan aan hem gevraagd zou worden of Leonard er dan wel lid van was.Helaas zijn de antwoorden verloren gegaan. Op dezelfde dag heeft da la Haye ook nog een confrontatie met een zekere Caspar van Mechelen. Bij de akte omtrent de confrontatie tussen Eijssen en de la Haye wordt geen tijd genoemd. Bij die tussen hem en van Mechelen wel, “hora 9 ante Meridiem”. Dat moet een vroege affaire geweest zijn voor van Mechelen. Die kwam immers van kasteel Amstenrade waar hij gevangen zat voor dit optreden naar Valkenburg. Beide mannen erkennen elkaar al jaren te kennen.

De la Haye volhardt in zijn ontkenningen

Beide mannen bevestigen elkaar al jaren te kennen. Dat geldt zeker voor de periode dat Nicolaes in Strucht woonde en er ook als knecht werkte. Casper vertelt dan dat hij zelf tot de bende behoort maar dat zijn kennis daar ook lid van is. Dat moet een schok zijn voor Joannes. Volgens hem heeft hij, “in Eewighheid niet onder de bende gehoort”. Caspar beweert dat Joannes zeker meedeed aan de diefstallen die hij zelf al eerder in Amstenrade op het kasteel bekend heeft. Joannes ontkent vehement! Caspar verbleekt niet. Hij heeft hem immers zelf gezien bij klussen waar hij zelf bij was. Justitie zit met de handen in het haar. De zaak schiet voor geen meter op. Er moeten zwaardere maatregelen genomen worden. Dat kan alleen maar betekenen dat men zijn toevlucht neemt tot het supermenu, de tortuur! De schout houdt Joannes voor om nu echt de waarheid te vertellen. Omdat hij tot nu toe “in negativis verseerde”, zal de zwaarste vorm van de marteling op hem worden toegepast.Joannes blijft “lochenen” en wordt aan de scherprechter overhandigd. Die begint op deze vrijdag de dertigste augustus in het bijzijn van chirurgijn Corjoux met het voorspel. De dokter moet een oogje in het zeil houden om te voorkomen dat de gevangene onder  het geweld van de beul definitief bezwijkt. Daar zal het gerecht niet blij mee zijn, omdat het geen nieuwe bekentenissen en natuurlijk geen verdere namen meer oplevert. Om twee uur in de namiddag worden de duimschroeven bij Joannes aangebracht. Als onze man geen kik geeft brengt de scherprechter om twaalf minuten na twee de beenschroef aan op het rechter scheenbeen.

wordt vervolgd

Advertenties