st-antonius-kerk-mast-leun007minn01ill0008

Prent: De voormalige St.Antoniuskerk in de buurt van de St.Servaaskerk gelegen

Een gevaarlijk spel

Een dikke driehonderd  jaar geleden, in het jaar 1713, raakte de katholieke burgerij in Maastricht in grote verwarring door een gerucht dat zich razendsnel door het stadje verspreidde. Er  zou volgens de vele praatjes op de avond van de vijftiende januari ingebroken zijn in de plaatselijke St.Anthoniuskerk.  De protestantse ingezetenen maakten zich niet zo druk om alle heisa.  Het incident trof hun niet direct. Maastricht was immers op grond van zijn tweeherigheid een stad met twee godsdiensten.  Wat was er gebeurd? Uit onderzoek bleek dat de daders zich via een venster  toegang tot de kerk hadden verschaft.  Daarna hadden ze op brutale wijze het tabernakel op het altaar opengebroken en er een monstrans en een paar kelken uit gestolen. De H.Olie was zo maar op de vloer van de kerk uitgegoten, en de heilige hosties waren in een zich bij de kerk bevindend secreet gedeponeerd.  Dat alles was in die tijd een heiligschennis van de eerste orde. Justitie ging met hulp van garnizoenssoldaten driftig op zoek naar de vermeende daders. Tot grote tevredenheid van het stadsbestuur  werden de “kwaaddoeners”  al  na een aantal dagen opgespoord. Het bleek te gaan om twee soldaten van het garnizoensregiment van de Paltische troepen die in de stad gelegerd waren, en als huurlingen in dienst waren van de Staten-Generaal. Het vonnis werd al op dertien maart geveld en was niet mals.

Voor de rechtbank

De aangeklaagden heetten Pieter Tillemans en Hendrick Rappert, en waren beiden huurling in een compagnie die tot het regiment van Generaal Lübeck behoorde. Met name Tillemans kreeg de volle laag.  De jongeman werd ervan beschuldigd allerlei heiligschennende zaken gepleegd te hebben. Zo zou hij een aantal hosties alsmede een deel van de  H.Olie in zijn rugzak meegenomen hebben en op een plek in de stad hebben weggegooid. Zijn metgezel pretendeerde daar niet van op de hoogte te zijn. Ze gaven wel zonder enige dwang toe, dat ze samen zonder welke reden dan ook  en uit pure baldadigheid een zilveren doos in vele stukken hadden geslagen. Na zware overwegingen  van het gerecht werden de mannen volgens het krijgsrecht veroordeeld voor deze verachtelijke misdaad. Tillemans moest als eerste zijn lot ondergaan. Zijn maat moest daarbij verplicht toekijken en kon zo ervaren wat hem te wachten stond. Als eerste werden de  vijf vingers aan de rechterhand van Tillemans afgeknepen. Daarna werd deze zelfde hand afgekapt en vervolgens werd de man levend op de brandstapel gelegd. Deze nachtmerrie moest tot voorbeeld dienen van allen die het plan zouden hebben om ook  zulk soort misdaden te willen begaan. De overheid had ten behoeve van het gebeuren op negen april 1713 op het galgenveld aan de Groenstraat twee grote brandstapels laten oprichten. De Groenstraat lag op de z.g. limiet van de stad, de uiterste stadsgrens, gelegen  aan de weg die naar Bemelen leidde.De twee veroordeelden werden onder grote publieke belangstelling vanuit de gevangenis in een luidruchtige stoet naar de galgenplaats gevoerd. Daarna kon het ijzingwekkend schouwspel beginnen. Om de het geschreeuw van de mannen zoveel mogelijk te camoufleren, musiceerde het regiment op zijn hardst en deden de trommelaars hun best om de trommels zo veel mogelijk te pijnigen.

Met dank aan stadsarchivaris G.Franquinet, Maasgouw 1880

Advertenties