Uit het parochiearchief van Ambij

Verslag van een parochie-retraite in een gevaarlijke tijd

In november en december 1943, midden in de oorlogsjaren, hielden de paters Redemptoristen een parochie-retraite in de parochiekerk te Ambij. Dat gebeurde door de orde paters Geurts, Smeets en Hendriksen. Zij logeerden in die dagen bij de zusters Franciscanessen in de Longinastraat, waar ze de goede zorgen van de nonnen genoten. In die tijd was de eerwaarde heer F.L.H.Roebroek pastoor van deze parochie. Deze paters verzorgden zeven retraites in totaal. Eentje voor de schoolkinderen, eentje voor de meisjes, twee voor de gehuwde vrouwen, en drie voor de mannen en de jongens uit de parochie. Retraites, letterlijk jezelf terugtrekken in een andere omgeving, waren tot in de jaren zestig heel gewoon. Zo gingen middelbare scholieren uit onze regio vaak op retraite bij de paters jezuïeten in Spaubeek. Daar kwamen dan onderwerpen aan de orde die in die dagen in de alledaagse setting van het gezin moeilijk bespreekbaar waren.

Wat er door de paters Redemptoristen besproken werd met de retraitegangers is niet terug te vinden in de archiefstukken. Wellicht dat een van de oudere inwoners in Ambij zich dit wel nog herinnert.Wel had deze retraite een zeker verplichtend karakter.Daarvoor gebruikte men de naam “standplicht”. Je was moreel verplicht om te verschijnen. De paters bezochten voorafgaand aan de bijeenkomsten persoonlijk in totaal 506 huisgezinnen. Op die manier kreeg men natuurlijk een exact beeld van de betrokken hoeveelheden deelnemers, verspreid over de afzonderlijke categorieën. Er ging natuurlijk ook een bepaalde druk van uit. Of de retraite bij de Duitse bezetter gemeld of aangevraagd was ter goedkeuring is ook niet bekend. Wel weten we dat 1353 mensen de bijeenkomsten volgden.

Er was ook een speciale retraite voor de kleinere kinderen met meer dan honderd twintig deelnemers. Zevenennegentig kinderen deden voor het eerst de biecht en konden daarna luisteren naar  een preek van een van de paters. In totaal ging het hierbij om tweehonderd en negentien deelnemers.Van alle communicanten in het dorp weigerde zes en een half procent de deelname aan de retraite.Er waren ook mensen die verhinderd waren wegens ziekte of door een “verblijf” in het buitenland. In totaal ging het daarbij om zevenenzeventig personen. Nu was de mobiliteit in die dagen anders dan tegenwoordig. Normaal gesproken gingen mensen niet zo frequent als nu naar het buitenland, en zeker niet in oorlogstijd. Wellicht ging het bij de laatste categorie personen om mensen die in Duitse gevangenschap zaten of die in het kader van de verplichte tewerkstelling, de zogenaamde Arbeitseinsatz, gedwongen in de Duitse oorlogsindustrie moesten werken. Dit laatste vond meestal onder gevaarlijke en ellendige omstandigheden plaats.

Er waren ook mensen die weigerden deel te nemen, hetzij uit onverschilligheid of omdat ze volgens een aantekening van de paters aangesloten waren bij een door de katholieke kerk “verboden vereniging”, zoals het Nationaal Socialistisch Arbeidsfront of de N.S.B.

Dat was dan ook een gevaarlijke conclusie in die dagen, want voor de Duitse bezetter waren deze organisaties de enige en de echte “Linientreue”. Traditionele vakcentrales en politieke partijen waren immers door de bezetter verboden. Ik denk dat de paters blij mogen zijn dat dit document niet onder de ogen van de Duitse overheid te Maastricht is gekomen. Wellicht waren de consequenties voor hun heel vervelend geweest. Je kunt het moedig noemen, maar wellicht ook een beetje onverstandig in het licht van deze gevaarlijke tijd. Gelukkig bleef het waarschijnlijk een intern document zonder gevolgen. Er werd in het gesticht Severen” nog een extra retraite gehouden voor ongeveer honderd kinderen. De paters schenen tevreden te zijn. Het was een geslaagde retraite geworden

Advertenties