Vertellingen uit het parochiearchief van Amby

De geschiedenis trok ook aan Amby niet ongemerkt voorbij. Vooral in de 18e eeuw was onze regio gedurende lange tijd het strijdtoneel voor vele oorlogen. Amby lag pal tegen Maastricht aan, en als Maastricht belegerd werd plukte het kleine zelfstandige dorp daar de wrange vruchten van. De soldaten die deelnamen aan de strijd werden op het aangrenzende platteland gelegerd en in dat geval moesten de burgers uit de dorpen rondom de stad vaak allerlei hand-en spandiensten verrichten voor de belegeraars.

In het jaar 1632, de 80 jarige oorlog was nog steeds bezig, werd Amby het middelpunt van zware gevechten. Maastricht was al sinds 1579 onafgebroken in handen van de Spanjaarden, maar Frederik Hendrik, de opperbevelhebber van het Staatse leger, wilde daar namens de Staten van Holland een einde aanmaken. Op tien juni 1632 arriveerde hij in de buurt van de stad, waarna zijn troepen met de belegering begonnen. De vesting Maastricht was omgeven door wallen, grachten en loopgraven, en moeilijk in te nemen. Johan Maurits van Nassau, lag namens het Staatse leger met zijn troepen bij Ambij en had zijn intrek genomen in de Ravenshof. De belegeraars werden zwaar dwarsgezeten door huurtroepen die voor de Spanjaarden in de stad wel het vuile werk wilden opknappen. Ten westen van de stad lag het leger van Vlaanderen en in het oosten van de stad kwam de Duitse houwdegen Pappenheim op twaalf augustus aan. Zijn leger telde ongeveer 10.000 infanteristen en 3000 ruiters. Op zeventien augustus zette Pappenheim in de onmiddellijke omgeving van de kerk van Amby de aanval in op de belegeraars, nadat een uitval van het garnizoen in de stad eerder die dag was verijdeld. In Amby wilde hij zijn infanterie stelling laten nemen om zo de Staatse cavalerie tot een uitval te verleiden en in een hinderlaag te lokken. Johan Maurits zond echter geen ruiters maar musketiers, maar die maakten tegen het sterke leger van Pappenheim geen enkele kans. De laatstgenoemde kreeg echter de welkome versterking van Italiaanse troepen uit het leger van Vlaanderen en samen met deze soldaten wisten zij zich achter een aarden wal bij de kerk te verschansen om aldus de Staatse troepen tot op korte afstand te naderen.

Een heel leger trekt door Ambij

Duizenden soldaten uit de Pappenheimse troepen trokken vanaf de Ambyer heide het Maasdal in richting stad om de Staatse troepen aan te vallen en aldus het beleg te breken. De slimme Pappenheim had bij Ambij een zwakke plek ontdekt in het Staatse leger en kon ter plekke gebruik maken van de vele hagen en bomen die een uitstekende dekking gaven. Voortdurend liep hij storm op de Staatse troepen, die behalve wapens ook “spietsen en knodsen” gebruikten om zich te verdedigen. Frederik Hendrik schoot de Staatse troepen vervolgens te hulp met geschut en soldaten om aldus de sector Ambij te ondersteunen. De troepen van Pappenheim trokken zich noodgedwongen terug, maar werden door de eigen officieren en ruiters weer in de richting van de aanvalslinies gedwongen, alwaar ze als ratten in de val werden afgeslacht. In de avonduren brak Pappenheim de aanval af en toen de rookwolken van de gevechten waren opgetrokken, bood de omgeving van Amby een verschrikkelijke aanblik. Voor zover men kon zien was de omgeving bedekt met dode soldaten, gewonde dieren, wapens en ander oorlogstuig. Bij opgravingen in 1917-1918 heeft men ten zuiden van de Heukelstraat en ten noorden van de plaats waar de Ravenshof heeft gestaan de resten gevonden van het massagraf dat na de slag werd gegraven.

Advertenties