wolf-en-hondEen slecht imago?

De wolf heeft een slecht imago, mede door het bekende mooie sprookje, maar vooral door het feit dat de mens hem niet in zijn buurt wilde hebben. De wolf is volgens hem destructief en onbetrouwbaar. Daarbij vergeet deze rechtoplopende aap dat hij zelf het meest vernietigende specimen is op onze planeet. Angst voor wolven bestond al een paar honderd jaar geleden in deze regio. Dat blijkt uit allerlei akten in de archieven van het departement “La Meuse Inférieure”. De wolf was zeker geen vriend van de kleine boertjes of de rondtrekkende herders. Kleinvee moest het afleggen tegen de wolf, maar ook paarden en koeien hadden ervan te lijden. Paarden en koeien verbleven gedurende de nacht vaak in de weide en liepen daardoor meer gevaar. In het noorden van Limburg droegen gemeentes wel eens bij in de schade, zo blijkt uit de gemeenteakten van Horst en Swalmen uit de jaren 1741-46 en 1765. De overheid gaf premies voor het vangen of doden van wolven, hetgeen terug te vinden is in de rekeningen uit die tijd. Er bestaat een overzicht van jeugdige slachtoffers die rond 1810-1811 in Beesel door wolven zouden zijn gedood. Zo kreeg P.Peeters uit Beesel voor het schieten van een “wolvinne” in 1760 betaald in contanten. Johannes Tietz ontving in januari 1758 tien schillingen voor het schieten van een wolf. Bewoners werden  vaker gedwongen om deel te nemen aan een wolvenjacht. Wie niet meedeed was strafbaar. Men moest zich heel veel moeite getroosten, het eigen werk bleef vaak liggen, en resultaat bleef in veel gevallen uit. Kortom de animo was laag.

Toen de gerechtsbode in januari 1770 de ingezetenen van Swalmen opriep om mee te doen aan de wolvenjacht, kwamen dertien personen niet opdagen. De overheid maakte er een rechtszaak van, maar de mensen kwamen met legio uitvluchten. Ze hadden bij de bakker moeten deeg treden, bij de pastoor moeten dorsen, met paard en kar mest moeten uitvaren etc. De rechter was streng en gaf hun allen een flinke boete, De jacht was niet ongevaarlijk want in het jaar 1685 werd  een deelnemer uit Swalmen tijdens het jagen in zijn hoofd geschoten. De overheid van het dorp gaf hem een vergoeding van twintig rijksdaalders, mits die van Beesel die ook aan de jacht deelnamen, hetzelfde zouden doen. Er bestaan veel gegevens over de bestrijding van de wolf in de archieven van het departement van Nedermaas. Er werd op allerlei manieren gepoogd om de wolf, de vijand van vreedzame akkerbouwers, hun vee en hun kinderen, in de wielen te rijden. In de gemeente Beesel en omstreken werd in een staat bijgehouden wie er slachtoffer van de wolf geworden waren. Er moet heel veel angst zijn geweest bij de bevolking, die in hun fantasie het aantal wolven steeds zag toenemen.

Op het eind van juli 1810 waren in de avonduren een aantal mensen aan het werk op het land van een zekere weduwe Janssen in Beesel om er korenschoven te binden. Een van de vrouwen had haar zoontje van drie bij zich, die in een onoplettend ogenblik plotseling verdwenen was. De vrouw raakte in paniek en begon te schreeuwen, en zag in een flits hoe in de verte een wolf wegsloop. De volgende dag ging een groot aantal mensen op zoek naar de verdwenen peuter. Op een tiental minuten afstand van de plaats waar het kind als het ware in het niets opgelost was, vond men zijn stoffelijke resten. Tot grote ontzetting van de personen die het jongetje daar aantroffen. Drie dagen later verdween in Brüggen opnieuw een driejarig jongetje. Van hem vond men alleen zijn zakdoek terug.

Advertenties