Een verre reis!

Zigeuners, gittani of Egyptenaren waren in de zestiende eeuw ook al in het Limburgse  land aanwezig. De zigeuners stammen oorspronkelijk uit Voor-Indië en zijn in de vijfde eeuw na Christus van daar uit via Perzië, Armenië en de Balkan naar West-Europa getrokken. Aan het begin van de 15e eeuw doken ze voor het eerst in Noord-Europa op. Zo zagen de Parijzenaars op zondag zeventien augustus 1427 plotseling  hoe een groep van ongeveer elfhonderd mannen, vrouwen en kinderen zijn tenten opsloeg bij de Chapelle Saint Denis. Ze verspreiden zich in sneltempo en worden in het jaar 1440 voor het eerst waargenomen in Engeland. De klachten over deze groepen nemen echter ook snel toe. Zo neemt Duitsland aan het eind van de 15e eeuw scherpe maatregelen tegen de door hun veroorzaakte overlast. Ze worden onder meer beschuldigd van spionage, verraad, zwarte kunst, vergiftiging van dieren, en tovenarij. Het feit  dat ze in Duitsland vervolgd werden, zou wel eens de reden kunnen zijn dat deze mensen, aangeduid als Heydens, in dezelfde periode  in ons land  opdoken. De zigeuners ontvingen voor hun reizen protectie brieven ( saufs-conduits) van b.v. koning Sigismund van Hongarije en Bohemen, en van de Paus. Op deze wijze konden ze zonder gevaar grenzen passeren en vrije doortochten krijgen voor hun vaak uit een paar honderd families bestaande groepen. Ze trokken vaak rovend rond en deinsden niet terug voor een moord of ander geweld. Onze overheden wilden dit tegen gaan en maakten allerlei regels en wetten om deze mensen te kunnen aanpakken.Er bestaan zelfs nog documenten waaruit blijkt dat men toen al probeerde om deze mensen in het gareel te krijgen. In een rekening uit 1399 lezen dat een zekere ” Willemken den Heyden schoelgelde van enen alingen jaer kreeg”, om een schooltje te bezoeken.

Strenge maatregelen

De ambtman van de Tieler- en Bommelerwaard pakte aan het begin van de 18e eeuw bij een drietal klopjachten een vijftigtal heidenen op. Twaalf uit deze groep stammende vrouwen werden gegeseld, gebrandmerkt en met roeden om de hals ten toon gesteld.Tien mannen werden “half geworgd en daarna van onderen geradbraakt en hun hoofden op palen gezet”. De kosten van deze raids bedroegen meer dan drieduizend gulden! De straffen worden steeds harder: “op poene, dat die na publicatie deses binnen dese provintie mochten gevonden worden, voor de eerste maal gegeesseld, gebrandtmerkt ende al verder gebannen, ende daer tegens weder inkomende of verblijvende, sonder conniventie en sonder eenige forme van proces opgehangen sullen worden, en dat die sich tegens de apprehensie soude willen opposeren, impune sullen doodgeschoten worden”. Dat loog er niet om! Het feit dat ze in het jaar 1560 door koning Filips de Tweede voor eeuwig uit Gelderland verbannen werden, had niet veel geholpen. De regels van de overheid werden toen ook al niet altijd opgevolgd. Bewoners op het platteland waren vaak doodsbang voor deze groepen,  en hun volkse plattelandsbijgeloof maakte dit enkel erger. Ze kenden bovennatuurlijke machten aan de zigeuners toe en begunstigden hun op allerlei manieren. Ze geloofden dat de gittani hun dieren konden genezen en dat ze hun zouden vertellen waar kostbaarheden te vinden waren ( die zouden de gittani dan toch voor zichzelf hebben gehouden). Ook waren ze bang dat als ze deze groepen niet zouden helpen, zij hun huizen en schuren in de fik zouden steken. Ambtenaren op het platteland durfden ook al niet hard optreden tegen de zigeuners, bang als ze waren voor intimidatie en wraak. In 1713 verscheen er in Roermond een plakkaat van de Staten-Generaal waarin stond dat officieren van lokale rechtbanken er voor moesten zorgen dat “Aegytiens ofte Heijen” niet in het gebied van het Overkwartier mochten komen. Als ze dit toch zouden aandurven moesten ze gearresteerd, gegeseld en gebrandmerkt worden. Deze informatie werd op een zogenaamd “geeselbord” zeer illustratief weergegeven. Het bord kreeg een prominente plaats bij het binnenkomen der stad. In de late negentiende eeuw schreef iemand dat het aantal zigeuners ten gevolge van de harde aanpak was verminderd, en dat men er zelfs in geslaagd was om hun tot naleving van de wetten van een beschaafde maatschappij te brengen!!?

Het Maastrichtse stadsbestuur stuurde in de achttiende eeuw nog regelmatig soldaten de regio in om de  b.v. op de Gulpenerberg en de St.Pietersberg verblijvende zigeuners te verjagen, eventueel met het nodige geweld waarbij ook doden vielen.

zig-kooplui_kermisklanten_en_andere_woonwagenbewoners

Advertenties