Godfridus met de troetelnaam

Het lijkt wel alsof bijna iedereen een bijnaam had in die dagen. Misschien was Godfridus wel een populair persoon en kreeg hij de bijnaam Geurtje als een soort troetelnaam! Godfridus, Geurtje, of Gerard Bormans, zoals hij ook vermeld werd, werd in 1728 in Broekhem geboren. Anton Blok vermeldt overigens dat hij omstreeks 1724 in de Heek geboren zou zijn. Dat zou best wel kunnen kloppen, aangezien zijn broer Matthijs, vermeld staat als zijnde geboren in de Heek. Naast Matthijs had hij nog een broer, Joannes uit Nuth. Beide broers zouden eveneens aan de galg eindigen! Geurtje trouwde in het jaar 1758 met de drie jaar jongere Maria Catharina Pessers. Het stel kreeg elf jaar later een dochter, die als Maria Catharina door het leven zou gaan. Geurtje’s naam dook voor het eerst op in januari 1774, toen hij op de 27ste samen met Joannes Penders uit Beek gearresteerd werd door justitie. De twee mannen werden direct vastgezet op het Landhuis in Valkenburg. “Geurd of Gerard” werd een dag later al aan een scherp verhoor onderworpen. Zijn volgende “pittige”verhoor zou op twee mei plaats hebben.( Lijst van scherp geëxamineerden pg.4, Nat.Archief  ASG 5871)

Kort proces

Het proces tegen Geurt zou niet lang duren. Hij behoorde  op zeven juli 1774 tot de vier mannen die tijdens de eerste terechtstellingen op de Lommelenberg op de grens van Valkenburg en Hulsberg hun aardse verblijf door ophanging zouden inruilen voor een woning in het eeuwige! Zelfs De Middelburchse Courant had lucht gekregen van de strenge justitie praktijken in het Land van Overmaaze! Zo vermeldden zij in hun krant: “MAASTRICHT, den 10. July. Den 7 dezer zyn te Valkenburg wederom vier delinquenten van de groote complice geëxecuteerd, Middelburgsche courant, 23-07-1774. Uit een rekening van notaris C.Swildens die hij in december 1774 ten behoeve van de rentmeester van de domeinen W.Van Panhuys opmaakte, blijkt dat zijn onderzoek naar het bezit van Geurtje een gulden en twintig stuivers bedroeg. De kosten van het Gerecht van Valkenburg bij de liquidatie van de verbeurd verklaarde goederen van Geurt Boormans bedroegen in totaal negenendertig gulden en dertien stuivers. Deze kosten bestonden uit  het bekend maken van de liquidatie, het opmaken van de liquidatie, de bedragen voor copie en registratie en het betalen van de procureur.

Opbrengst bezit Geurtje valt mee!

In de administratie van rentmeester Panhuys van Overmaaze  vinden we in december 1776 wat de opbrengst van het bezit van Boormans is geweest. Zijn vaste goederen en zijn meubels brachten iets meer dan tweehonderd vijf en tachtig gulden op. De revenuen van oogst van zijn akkerland, zijn weiden en beesten leverden ruim vijftien gulden op. Met dit bedrag kon de rechtbank in elk geval een flink deel van alle gemaakte kosten m.b.t de rechtszaak tegen Boormans vergoeden. Toen de gevangen zittende Geertrui Bosch op vrijdag eenentwintig juli 1775 verhoord werd, noemde ze Matthijs en Geurt Boormans als medeplichtig aan overvallen en diefstallen. Geurtje was op dat moment echter al “gerigt”!

De broers Joannes en Matthijs

Toen Lins Schouteten op eenentwintig juni 1774 in de namiddag verhoord werd, vertelde hij de rechtbank dat “Matthijs Boormans uijt de Heek en Johannes Boormans, woond in het Hellebroek, broeder van den voorgaande”ook tot de bende van nachtdieven behoorden. Hiermee bezegelde hij het lot van beide broers. Joannes had met Lins en andere gezellen deelgenomen aan de overval op de Kluis te Valkenburg-Walem. Hij herinnerde zich nog dat deze Boormans een blauwe kiel had aan gehad. Joannes Boormans, in de wandeling “Hackworst” genoemd werd op achttien februari 1775 in een zitting van het gerecht op kasteel Reijmersbeck te Nuth tot ophanging aan de galg veroordeeld. Opvallend is dat ook zijn broer Matthijs op achtentwintig april 1776 in het verslag van het scherp examen van “bendeleider” Anthon Bosch uit de Heek, terug te vinden is als “Matthis de haekworst”, eveneens uit de Heek. Matthis werd in 1774 na foltering opgehangen. In mei 1775 stond zijn weduwe, Maria Damen, voor de schout en schepenen van de hoofdbank Klimmen om twee percelen akkerland die zij aan de ongehuwde, maar meerderjarige Hendrik Vaessen, verkocht had te laten registreren. Justitie had deze twee landerijen na de executie van haar man in eigendom van de weduwe gelaten omdat ze uit een erfenis van haar zelf kwamen. De vrouw moest wel de kooppenningen voldoen aan rentmeester Panhuys!

reijmersbeek_3_wm-kasteel-nuth

Kasteel Reijmersbeek te Nuth

Advertenties