Simon uit Gemmenich

Tijdens de oorlog van de Nederlanden met Frankrijk in het jaar 1746 woonde de vierenvijftigjarige Simon Aldenhoven in de stad Maastricht. Oorspronkelijk kwam hij uit het bij Vaals gelegen Gemmenich. Simon had eerder als marketender in het geallieerde leger gewerkt.  Hij werd echter tijdens een gevecht met de Fransen door hun soldaten gevangen genomen. Om zijn leven te redden of om een lange gevangenisstraf te vermijden, bood hij uit nood geboren zijn diensten aan hun aan. De Fransen stelden hem voor om in dienst te treden van hun koning. Simon wees dit af met het argument dat hij daarvoor te oud zou zijn. Toen ze hem voorstelden als spion voor hun te gaan werken accepteerde hij dit.  Hij wist echter niet welk soort werk hij dan moest verrichten.  De Franse officieren brachten hem daarom naar een zekere kapitein Duvergé die hem duidelijk maakte wat zijn werk zou inhouden. Bij het afscheid kreeg hij van deze officier nog een “croonstuck” als aanbetaling voor zijn toekomstige activiteiten.  Hij mocht van de Fransen teruggaan naar Maastricht op voorwaarde dat hij hun zou vertellen wat er in de stad allemaal voor hun van belang was. Vooral informatie over de sterkte van het stadsgarnizoen en de mogelijke verplaatsingen ervan waren bij hun welkom. Toen Simon in de vastentijd van 1746 terugkeerde in de stad, ontmoette hij toevallig een oude kennis. Op het eerste oog leek het alsof deze man aan lager wal was geraakt. Simon vatte het plan op om hem aan te werven voor de uitvoering van zijn gevaarlijke werk. Hij begon erg voorzichtig, en vertelde hem dat hij een idee had om snel een hoop geld te verdienen.  Zijn kennis werd nieuwsgierig en wilde weten wat hij dan precies moest doen. Simon vertelde hem van zijn belevenissen met de Fransen en van  zijn gesprek met kapitein Duvergé. Misschien zouden ze samen wel voor Frankrijk kunnen gaan spioneren? Zijn vroegere maat luisterde aandachtig verder  Het werk zou volgens Aldenhoven niet gevaarlijk zijn.  Zijn kennis hoefde alleen maar naar Sint Truiden te gaan om aan Duvergé te vertellen wat hij in de stad had ontdekt. Vervolgens zou hij door zijn talenkennis makkelijk in het kamp van de geallieerde troepen kunnen infiltreren om er informatie te krijgen. Hij moest wel voorzichtig blijven en nooit dezelfde weg nemen, aangezien dat zou opvallen bij de verspieders die voor de stad werkten. Hij hoefde zich echter geen zorgen te maken, want Simon wist wel een aantal veilige routes voor hem.

Simon zoekt verder naar handlangers

Nadat de twee uit elkaar waren gegaan, belandde Simon in een obscure Maastrichtse herberg “ De Meloen” geheten.  Hij trof er een persoon met wie een gesprek begon en een aantal glazen brandewijn nuttigde. De man vertelde hem terloops dat hij voor zaken naar Brabant moest.  Er ging een belletje bij Simon  rinkelen toen hij dit hoorde. Hij vroeg de man dan ook of hij niet mee kon gaan. Hij kon er een hoop geld verdienen. De ander die wilde weten om welke zaakjes het ging,  hoorde dat Simon hem dat wel wilde vertellen, maar dat hij onder ede moest zweren er tegen niemand iets over te vertellen. Simon begon hem langzaam in te wijden in zijn plannen en stelde de ander voor met hem naar Brussel te gaan om er kapitein Duvergé te ontmoeten. Ze zouden daar hun opdrachten ontvangen en terug keren naar Sint Truiden. In die stad zouden ze nieuwe bevelen krijgen van andere personen die met de Fransen samen werkten. De toevallige gesprekspartner vertelde dat hij vernomen had dat er spoedig een aantal kanonnen en een voorraad munitie vanuit Maastricht naar Breda vervoerd zou worden. Simon maakte hem duidelijk dat dit soort informatie erg belangrijk was voor de Fransen, en dat ze daar een hoop geld voor over hadden. Simon wilde in eerste instantie toch alleen naar Breda reizen. Toen hij er kapitein Duvergé niet aantrof keerde hij onverrichterzake terug naar de stad. Hij trof zijn eerdere gesprekspartner opnieuw en maakte hem duidelijk dat ze met zijn tweeën meer kansen zouden hebben gehad om met de Fransen in contact te komen. Simon ondernam op vierentwintig mei weer alleen een nieuwe poging om bij de Fransen te geraken. Buiten de Brusselse Poort gekomen, werd hij echter opgepakt. Zijn meest recente kennis had hem verraden

Simon wordt terecht gesteld

Hij werd voor de krijgsraad gebracht die hem veroordeelde om in een “ keten geklonken op het ordinaire galgenvelt, andere ten exempel  en affschrick te worden gehangen” . Het vonnis werd op vijftien juni buiten de Oude Wijckerpoort voltrokken. Bijna twee jaar later namen de Fransen de stad in. Bevelhebber graaf Löwenthal gaf de paters  Begaarden opdracht om de stoffelijke resten van Aldenhoven, die op dat moment nog aan de galg hingen, weg te halen en te begraven in de Begaardenkerk. Zouden de paters dit weigeren, dan zou hij per direct zestig soldaten inkwartieren in hun klooster. De paters kweten zich van hun lugubere taak, haalden op elf juni 1748 het uitgedroogde rif van de galg en legden het in een eiken doodskist.  Deze werd met een rouwkleed bedekt en onder begeleiding van soldaten naar de stad gebracht. De stoet werd vergezeld van een rouwsleper en dertig mannen in rouwmantels. De rouwstoet baande zich moeizaam een weg door de overvolle straten van Wijck. Na aankomst bij de kerk in de Witmakersstraat werd een “solemnele  mis” voor Simon gehouden. Hij werd onder grote belangstelling in de ommegang van het klooster ter aarde besteld.

bogaarden01

  • Begaardenklooster Maastricht

Info: De Maasgouw en Jef Leunissen

 

.

Advertenties