De jacht begint!

Besloten werd om in de vroege ochtend met de jacht op de wolf te beginnen. Om zes uur stond iedereen klaar op de afgesproken plek. Veugen had scherpe aanwijzingen gegeven. Jagers en drijvers mochten geen onnodig lawaai maken. Er mocht niet naar de zijkanten geschoten worden om de daar lopende drijvers te ontzien. Er was een gedegen plan gemaakt en iedereen moest zich na het het afgesproken signaal op weg begeven. Alle jagers uit de verschillende dorpen hadden elk een aparte route opgedragen gekregen. Het was de bedoeling om de wolf te omsingelen. De onderprefect vond dat hij niet langer meer kon wachten. Vanaf nu mocht er niet langer getreuzeld worden.Maar ook deze massale inspanning leverde niets op. De voorbereiding was door alle haast miniem geweest en het opgestelde plan rammelde aan alle kanten. De drijvers trokken door alle bossen van de betrokken negen gemeentes, maar er dook helaas  geen enkele wolf op. Nog op dezelfde dag besloot men in samenspraak met seigneur de Hoensbroek van de Louveterie om toch maar een grote drijfjacht te gaan organiseren. Er deden drieëntwintig gemeentes aan de oostzijde van de Maas mee. Dat hield in dat de jagers door een oppervlakte van ongeveer honderd vierkante kilometer zouden trekken. Van Venlo tot Dülken, Wegberg, Elmpt, Swalmen, en Roermond, alle gemeenten deden mee. De burgemeesters  uit die plaatsen kwamen in Reuver bij elkaar voor overleg. Meer dan 3000 drijvers, 365 schutters en 72 ruiters namen aan deze jacht deel. Verstandige mannen met veel jachtervaring zouden de groepen van elk tien drijvers voorgaan.

Een grote teleurstelling

Het grote jagen begon om half acht in de ochtend van twintig augustus 1810. De drijvers moesten in de buurt van Amersloo, nu op Duits gebied liggend achter het dorp Reuver,  hun werk gaan doen. Alle deelnemers  moesten op een afgesproken plek stil houden om vervolgens aan de omsingeling te kunnen beginnen. Deze strategie werd nauwgezet door de ruiters  in de gaten gehouden. De deceptie was ook deze keer erg groot. Men dacht een paar wolven opgejaagd te hebben, maar kon uiteindelijk geen enkele wolf ontdekken. Waarschijnlijk waren de beesten de dichte boekweitvelden in gevlucht en zo onvindbaar gebleven. Wel schoot men per ongeluk een paar vossen en een aantal hazen. Het maakte nu niet uit, maar volgens de geldende regels was dat normaal verboden. Toch prees de onderprefect de deelnemers aan de jacht om hun gedane inspanningen. Het was echter onmogelijk gebleken om de van tevoren gemaakte afspraken met het grote aantal deelnemers in de praktijk waar te maken.  Veugen vond het nu verstandiger dat alle afzonderlijke gemeentes aparte jachten zouden gaan organiseren op een gelijk tijdstip. Dit voornemen werd spoedig gerealiseerd. Op vijf september hielden vijf brigades van de voorlopige Louveterie een jacht vanuit de plaatsen Maasniel en Roermond.

Jonge wolf wordt gedood

Deze actie leverde weinig resultaten op. De jagers schoten uiteindelijk  een jonge wolf dood en verwondden een volwassen wolvin. Waarschijnlijk had de wolvin een paar jongen die zich ergens in de buurt moesten ophouden. Dit succcesje was geen goed nieuws voor de het enige en echte jachtorgaan, deLouveterie. Zij waren behoorlijk in hun eer aangetast door een stelletje amateurs. De Borchgrave berichtte de prefect geïrriteerd dat hij spoedig een jacht zou houden met de assistentie van alle jachtmeesters in het departement Nedermaas.  Het voornemen werd al gauw in de praktijk gebracht. De Borchgrave organiseerde  een vergadering op het bureau van de onderprefect te Roermond. Deze wilde de jacht houden met  ongeveer 4000 drijvers. De Borchgrave twijfelde echter al op voorhand. Zou de benodigde orde wel  gehouden kunnen worden in zo een massaal gezelschap? Hij was van mening dat het beter zou zijn om afzonderlijke drijfjachten te houden en hield  daarmee al voor zichzelf een slag om de arm voor het geval het resultaat tegen zou vallen. Besloten werd om op vijftien september 1810 eerst een algemene jacht te houden. Er zou zowel aan de linker- als aan de rechterzijde van de Maas gejaagd gaan worden. De plaatsen Horn en Kessel  aan de linker kant van de Maas, en Asselt en Steijl aan de rechterzijde vormden de punten van samenkomst. In het gebied werkzame  jachtopzieners hadden  al een paar dagen eerder aan de hand van sporen geconstateerd dat een wolf de Maas  vanaf beide zijden overstak.

Advertenties