De inwoners van Maastricht en de mensen uit de omgeving  hadden niet alleen in het laatste decennium van de twintigste eeuw last van hoogwater. In vroeger eeuwen kwamen overstromingen zelfs veelvuldiger voor. De stad die toen veel kleiner was, liep dan snel onder. De stad was toen gezien het ontbreken van  afdoende beschermings maatregelen  en de onmiddellijke nabijheid van het water, veel kwetsbaarder bij overstromingen. Op  elf december 1740 kwam het hoogwater voor de zoveelste keer opzetten en waardoor de hele Boschstraet als een van de eerste straten in korte tijd blank stond.  Andere straten zoals de Raemstraat en de Grachtstraat stonden al snel zo vol water dat niemand meer uit de huizen weg kon komen. Koeien en paarden van de die in die tijd nog binnen de stadmuren staande boerderijen stonden tot aan hun buik in het water. Inwoners die aan de Maaszijde  woonden, konden hun huizen op geen enkele wijze meer verlaten. De mensen moesten met ponten gehaald en gebracht worden van en naar hun bestemming in  de stad. De Maas stond in het jaar 1740 hoger dan in 1726 het geval was. Op achttien en negentien december steeg het water nog meer ten gevolge van de aanhoudende hevige regenval. Bewoners van  de Cleene Gracht  moesten proberen hun weg te vinden door water van twee tot drie voet hoog. Er was nog hier en daar een droog plekje te zien dat men dankbaar gebruikte om op de markt  te geraken. Het gebied van het stadsdeel Wijck was helemaal met water bedekt. De mensen uit Wijck gingen uit nieuwsgierigheid op de stadsmuren staan om te kijken hoever het water buiten de stad reikte. Het hele Wijckervelt en het dorpje Scharn waren volledig onder gelopen. De nattigheid reikte volgens ooggetuigen zelfs tot aan de “bergen“(de heuvels richting Amby en Berg en Terblijt). De inwoners van Scharn gingen met ponten  tot aan de grens van het water in het verre buitengebied. Zo konden ze in de daar liggende dorpen brood en andere  noodzakelijke levensbenodigdheden kopen.  Volgens de lokale kroniekschrijver hadden “ alle landen van Europa”, last van hoogwater. De weg vanuit de stad naar Scharn was volledig weggespoeld. De kosten om de weg weer op te knappen volgens de toenmalige standaarden bedroegen 1300 gulden. Vele versterkingen en stadsmuren rondom de stad waren door de kracht van het water aanzienlijk beschadigd. Het duurde tot veertien januari  1741 voordat het water langzaam begon te zakken. Voor de inwoners van de stad en de omliggende door het water getroffen dorpen moet dit een ware ramp geweest zijn. De mensen hadden al bijzonder weinig, en raakten nog meer in de put door het brute geweld van het water. Niemand kon hun enige vergoeding aanbieden en ze waren dan ook aangewezen op armenhulp, voor zover deze er was!

maas2

Advertenties