Aön de geng!

Napoleon “vereerde” de stad  Maastricht twee keer met een bezoek. De eerste keer gebeurde dat als eerste consul van Frankrijk, hetgeen hij in het jaar 1802 was geworden. De tweede keer was het in de hoedanigheid als keizer van het Franse rijk. Tijdens het eerste bezoek werd hij mede ontvangen door bisschop Zaepffel van Luik, die in de benedenzaal van de prefectuur aan de Bouillonstraat op 31 juli 1803 een stille mis las voor het zielenheil van Napoleon en zijn eega Josephine de Beauharnais! In het jaar 1804 zou Napoleon  opnieuw opduiken in de omgeving van Maastricht. De Corsicaan was op weg naar Aken waar zijn vrouw een kuur zou ondergaan. Zij wilde er gebruik maken van de alom geprezen werking van de zich daar bevindende heilzame baden. Tijdens zijn eerste bezoek in 1803 was onze provinciehoofdstad de enigste plaats die hij bezocht in het departement van Nedermaas. Hij werd vergezeld van een groot aantal hoge militairen en generaals. Napoleon liet niet veel tijd verloren gaan en inspecteerde met grote belangsteling de Maastrichtse vestingwerken. Josephine en haar zoon Eugène, die een aantal jaren later met zijn stiefvader mee zou gaan op expeditie naar Egypte, werden vergezeld door twee erengardes. De garde van Josephine bestond uit een groep van ongeveer dertig jongens van tussen de tien en vijftien jaar oud.

Turkse hoempapa

Maastricht kende in deze tijd geen volwaardig eigen muziekgezelschap en engageerde daarom een gezelschap uit de stad Roermond. Tot het gezelschap behoorden een aantal personen uit het hogere segmentvan de Roermondse burgerij die voor hun plezier muziek op niveau maakten. (Joost Welten schrijft hierover in zijn boek, * In dienst van Napoleons Europese droom* ) De leden werden aan de grote baas zelf voorgesteld en zorgden voor een soort Turkse muziek. Het bestuur van de stad wilde Napoleon op allerlei manieren van dienst zijn.  Zo hoopten ze op hun beurt aandacht te krijgen voor hun eigen noden en behoeften.  Het bestuur maakte duidelijk dat er een grote behoefte was aan meer garnizoenssoldaten voor de stad. Het betrof niet alleen de veiligheid van de stad , maar meer soldaten zouden ook garant kunnen staan voor een betere economische situatie. Er zou op die manier meer geld in het stadslaadje komen. Napoleon  wees dit verzoek echter zeer gedecideerd af. Een garnizoen was er niet om als economische factor te fungeren. Napoleon verbleef tijdens zijn bezoek drie dagen in het gouvernementsgebouw en bezocht de St.Pietersberg. Na het bezoek vertrok het gezelschap naar Luik, waar hij op de eerste augustus arriveerde. Napoleon was  zijn inspectiereis in het noordelijk deel  van zijn rijk op vierentwintig juni begonnen en beëindigde deze op twaalf augustus. In Maastricht was hij ontvangen geworden door bisschop Zaepffel.  De bisschop was binnen het kader van het pas gesloten concordaat  van Frankrijk met de paus een persoon die zich begrijpend opstelde tegenover Napoleon. De eerste consul, oftewel “le petit Corse”, werd overigens met groot enthousiasme ontvangen in beide steden.

napoleoningrot

  • Op en in de berg!
Advertenties