De confrontatie

Lambert werd in 1724 in Hulsberg geboren en huwde in 1751 Anna Barbara La Roy. Lambert was wolspinner en handelde als een soort bijbaan in snuiftabak. Deze tabak werd fijn vermalen en verrijkt met kruiden. Hij werd niet gerookt maar gesnoven. Vooral in de achttiende eeuw was snuiftabak erg populair en het bezitten van een snuifdoos gold als een status symbool. Het stel kreeg tussen 1752 en 1766 twee jongens en een meisje. Lambert wordt op elf januari 1775 gearresteerd. Op de eenentwintigste februari 1775 vinden we hem terug in een overzicht van “scherpe examens”! Vier dagen later staat de gedetineerde Lambert op het Landshuis in Valkenburg voor een confrontatie tegenover Geertruid Bosch die daar gevangen zit. Beiden moeten zweren de waarheid te vertellen alvorens ze de vragen van de confrontatie gaan beantwoorden. Vraag een die gaat over het feit of ze elkaar kennen, wordt door Lambert positief beantwoord. Geertruid zegt hem helemaal niet te kennen. Lambert kende het meisje al omdat ze in dezelfde buurt woonden, maar ook sinds zijn deelname aan de overval op kluis op de Schaelsberg. Jongedame Bosch blijft ontkennen hem te kennen, en verwerpt zijn opmerking dat ook zij lid is van een bende nachtdieven. Aan het einde van het “vragenuurtje” geeft Lambert nogmaals aan dat ze alle twee wel degelijk lid zijn van de bende, hetgeen door Geertruid op felle wijze wordt ontkend. Secretaris Van den Heuvel maakt het proces-verbaal op, en beide ondervraagden moeten  helaas afwachten wat de volgende ronde gaat brengen!

De beurt is aan Geertruid Bosch

Een maand later stond Geertruid voor de Valkenburgse rechters. Geertruid vertelde een nachtje geslapen te hebben over haar herroepen verklaring van de avond tevoren. Ze had het gedaan omdat ze daardoor gedacht had vrij te kunnen komen. Nu, aan het begin van de nieuwe dag, wil ze niets anders dan de waarheid vertellen. Haar plotselinge verlangen naar het vertellen van de waarheid betekent niet veel goeds voor Lambert. Geertruid vertelde haar rechters n.l. dat Akkermans samen met de jood Nathan en een paar van diens landslieden bij de overval op de kluizenaar aanwezig was. Ze gaf ook aan naar wie de buit van de roof was vervoerd: “Dat alles bij den Jood Nathan is worden in huijs gebrogd, en aldaer is worden verdeelt, dat haer vaeder meede in s’Jooden huijs om bij de verdeelinge te weesen”. Het betekende niet veel goeds voor Akkermans die overigens nog een kompaan in het kwaad had te Aaalbeek. Dat was zijn neef en bendelid Joannes La Haije. De rechtbank had genoeg in handen om hem te veroordelen. Hij werd op vier april 1775 opgehangen. Een man uit de Limburgse bestuurlijke elite, advocaat M.W. Limpens kocht op acht juni 1775 voor een aanzienlijke som geld de landerijen en de weiden van de twee neven. In december 1776 bleken er nog problemen te bestaan omtrent de afhandeling van de boedels van Lambert en zijn neef Hendrik. Het ging om en relatief groot bedrag van bijna zevenhonderd gulden.

 

Advertenties