Suestre

De naam Susteren ( Suestra, Suestre of Swestris), doet ons denken aan de Frankische vorsten die eens op Limburgse bodem verbleven. Het was vanuit deze plaats dat Willebrordus in het begin van de achtste eeuw naar het donkere noorden van ons land trok om er de heidense Friezen te kerstenen. De abdij van Susteren die op het einde van de zevende eeuw door de echtgenote van Pepijn van Herstal gesticht was, vormde de uitvalsbasis voor Willebrordus  om het Christendom te verspreiden. Pepijn schonk in het jaar 704 bij testament het beheer van de abdij en het kapittel van Susteren aan Willebrordus. De abdij werd in het begin door mannelijke kloosterlingen bewoond. Nadat de abdij in 882 door de Noormannen in was verwoest, trokken er nonnen in het klooster, dat daarna een vrouwenstift werd. Het kapittel met zijn kanunniken bleef echter bestaan en was ondergeschikt aan de abdis. Deze geestelijken verzorgden de kerkdiensten in het vrouwenklooster en verdienden hun geld met de inkomsten van de tienden uit eigendommen die ze bezaten in Susteren, Dieteren, Holtum en Buchten. Het kapittel bezat ook nog eens landerijen, en weiden en bossen in Susteren, Born, Guttekoven en Limbricht, en verkreeg extra inkomsten uit erfpachten en cijnsen.

Bezittingen in Zuid-Limburg

De kanunniken konden ook nog tienden heffen in de dorpen Limmel, Oirsbeek en Rothem bij Meerssen. In deze plaatsen had het kapittel de taak om te zorgen voor de kerkgebouwen. Het had nog andere verplichtingen. In Susteren moest het b.v. het onderhoud van de kerk, de ornamenten in de kerk, de wijn, de olie, de hosties, en de was betalen. Daarnaast waren de heren geestelijken verantwoordelijk voor de uitkering van de beneficiëen, het salaris van de kapelaans en de pastoor, en het salaris van de kerkmeester. Ook de “opsteker” van de godslamp, de organist en de “orgeltrapper” moesten betaald worden. “Wijders” staat er geschreven dat het kapittel de aanschaf en het onderhoud van de “dorpsstier” in Papenhoven moesten bekostigen!! Het dorpje Papenhoven lag toen vlakbij Grevenbicht.

In het jaar 1798 moesten de laatste kapittelheren in opdracht van de Franse bezetters een staat van eigendommen opmaken. De goederen van de abdij en het kapittel werden daarna tot Frans eigendom verklaard en als opgeheven beschouwd!!

susteren_1653

Susteren, het Echter bos en Nieu Stadt in het jaar 1653. Zie ook de Geleynen beek, de Roo beek, en ontstellend grote vrije ruimte!!

 

Advertenties