Oranje zoekt de aanval

We schrijven het jaar 1594. De republiek der Nederlanden wilde aan het einde van de zestiende eeuw weer in het bezit van de vestingstad Maastricht geraken. Als ze hierin zou kunnen slagen, kon ze daarmee een wig drijven tussen de Spaanse Nederlanden en het Duitse gebied. In het begin van het jaar 1594 kende de stad een zeer zwakke bezetting die uit slechts driehonderd soldaten en ruiters bestond. In de omstreken van Maastricht woonde echter een edelman die nog een appeltje te schillen had met de Spanjolen. Het ging hierbij om Herman van Goër, die baron van Pesch was. Zijn vader was onder het bewind van Alva door de Spaanse beulshand gedood. De man legde contact met prins Maurits en overtuigde hem van de mogelijkheid de stad te kunnen aanvallen. Ze broedden gezamenlijk op een plan. Uiteindelijk  hield dit plan in dat zeshonderd man Staatse troepen onder aanvoering van van Pesch zowel bij het dorp Petersheim als bij kasteel de Hocht in twee schepen verborgen zouden worden. De schepen zouden vervolgens de Maas af varen om in de buurt van Wijck “hun lading” van boord te laten gaan. Als eerste wapenfeit zouden deze mannen een van de Wijckerpoorten moeten veroveren. Prins Maurits bereikte in de nacht van veertien op vijftien maart de omgeving van de Maastricht met zijn legermacht van tweeduizend soldaten en achttienhonderd ruiters. Van Pesch was al eerder gearriveerd. Hij was al in de vroege avond van de veertiende maart v oor zijn korte tocht naar Maastricht vertrokken.

Laffe “minderen”?

Helaas toonden zijn aanvoerders grote onwil om van boord te gaan, en wantrouwden ze zijn plannen. Een van deze mannen, een Schotse kapitein die Brog heette, had van Pesch er zelfs van beschuldigd n contact te staan met de Spanjaarden. Niettemin werd de tocht voortgezet, maar het was geen goed voorteken voor een mogelijk succes. Van Pesch had voorafgaand aan zijn komst in het diepste geheim een ondergeschikte naar de stad gestuurd om er inlichtingen in te winnen. Deze man voegde zich korte tijd later bij de mannen van van Pesch en berichtte dat de mensen in de stad het vermoeden hadden dat de prins in aantocht was. Burgers en alle anderen die de prins een warm hart toedroegen, waren volgens hem voorbereid op wat er zou komen. Dit bericht zorgde voor nog meer verwarring bij de aanvoerders van van Pesch en ze wilden de hele onderneming dan ook direct afbreken. Vooral de Schot Brog maakte opnieuw vele tegenwerpingen. Na uitgebreide twistgesprekken voeren de schepen weer  stroomopwaarts richting Petersheim. Dit alles tot groot ongenoegen van van Pesch, die gehoopt had wraak te kunnen nemen op de Spanjaarden. Het geaarzel en geruzie hadden geleid  tot een complete mislukking. Waren zijn mannen te bang geweest om Maastricht aan te vallen? We weten het niet. Het lijkt er op dat de onderneming zonder gevolgen is gebleven voor de betrokken kapiteins die hoe dan ook in dienst waren van het leger van de prins. Wellicht nam de prins geen maatregelen omdat hij geen enkele man kon missen!

Advertenties