Het geven van namen aan straten was eeuwen geleden niet bepaald een zaak waar autoriteiten zich mee bezig hielden. Deze procedure werd over gelaten aan het volk of de burgers. Op deze wijze ontstonden straatnamen zoals Brusselsestraat, Tongersestraat, Sint.Pieterstraat en Boschstraat. Deze laatste straat heeft deze naam niet altijd gehad. In oude documenten lezen we dat het zuidelijk deel van de straat eens  Houtmarkt heette en het noordelijk deel als “onder de gardenieren” aangemerkt werd. De Brusselsestraat droeg eerst de naam Twee Bergen, en de Tongersestraat werd Hooglenculen genoemd.  In de stad zelf gebruikte men ook wel  eens bekende gebouwen om een straat aan te duiden. Een deel van de Koestraat werd in de zestiende eeuw  “de straat gaande van ’s-Bisschopsmolen naar de broeders ( Minderbroeders op de Pieterstraat) genoemd, terwijl het andere stuk “waar men gaat van ’s-Bisschopsmolen naar het klooster” ( O.L.V.Plein) genoemd werd. Straten werden ook vaker genoemd naar bekende personen of geslachten. Op die manier kwamen er straten zoals de Sulsruwe ( later Begijnenstraatje), de Hexenstraat, genoemd naar de bekende familie Hex, en door de Fransen omgedoopt in “la rue des Sorcières”! Andere manieren om straten een naam te geven vond zijn oorzaak in het feit dat er van hetzelfde beroep  velen in een straat woonden. Zo ontstonden de twee Looijerstraten, de Looijersgracht, de Verwershoek, de Witmakersstraat, de Spilstraat, en de Smedestraat. In de oorspronkelijke Broodbruggestraat ( later Kleine Stokstraat) wemelde het van de bakkers. De mandenmakers hadden hun kwartier in de Corversstraat , en de vissers waren op de Visschermaas gevestigd.

Straten werden ook genoemd naar gevelstenen. Op deze wijze kwamen de Koestraat. Kapoenstraat, Vijfharingenstraat, en het Sporenstraatje aan hun naam. Het oudste Raadhuis van de stad kan wel eens op een open plek tussen de Stokstraat en de Kaarsenmarkt gestaan hebben. Misschien is het wel zo dat in de kelders van dat oude Raadhuis dat aan de Stokstraat grensde toenmalige boosdoeners zijn opgesloten. Iemand gevangen zetten werd in vroeger eeuwen ook wel “in den stok sluiten” genoemd. Wellicht dat daar een relatie met de naam Stokstraat ligt. De Lenculenstraat in het Jekerkwartier, werd overigens door de Fransen omgedoopt in de “Rue des trois frères”! De Drie Gebroedersstraat, naar een zich daar bevindende brouwerij. Waarschijnlijk stamt de naam Lenculen af van het woord “leimculen”. Het zou dan gaan om kuilen waar leem werd opgegraven om brikken mee te bakken. De Lenculenstraat werd ook wel de Neerlenculen genoemd.Aan het begin van de Tongersestraat bevond zich vroeger de Lenculenpoort, waarvoor in de volksmond ook wel de  benaming Binnenste Lenculen gebruikt werd. De poort herbergde de leube, of vergaderlokaal, van het gilde der molenaars ( 1500). Zo kregen de looiers hun leube boven de Looierspoort ( 1502) en de volders  boven de Helpoort ( 1562). De Tongerse Poort heette op haar beurt de Buitenste Lenculen.

tonerstrs-1671

Advertenties