Soldaten en wolven

Tijdens de Spaanse successieoorlog die in het jaar 1702 begon, was het zeer onrustig in Limburg en de aangrenzende streken. Het was eveneens zeer onveilig. Dorpen en afgelegen gehuchten werden door afgedankte of gedeserteerde Engelse, Franse en Hollandse soldaten geplunderd. Veel mensen durfden niet eens meer naar de mis te gaan. Deze zelfde onrust heerste ook in het ten oosten en noorden van de provincie gelegen hertogdom Gulik. Op twaalf februari  1702 gaf de hertog van Gulik daarom opdracht om de grenzen van zijn gebied te sluiten. Mensen uit de regio konden niet meer naar de dorpjes Horbach of Richterich gaan en inwoners uit Aken durfden niet meer het platteland op  uit angst voor een boete van vierhonderd goudguldens. In de maand augustus van 1702 werden er betrekkelijk veel wolven gesignaleerd bij het dorpje Würselen. De inwoners van het dorp vereenden hun krachten en probeerden de dieren te doden. In de winter van het jaar 1861 werden er zelfs nog wolven gezien bij de Boschpoort in Maastricht. Het was een zeer moeilijke tijd voor velen. Zo “kampeerden” regelmatig armen bij de stadspoorten van Aken. Om toch nog een beetje warmte te krijgen stalen ze hout in de omgeving om er een vuurtje mee te maken. De stad Aken kreeg in september 1702 de bijna onmogelijke taak om als winterkwartier voor drie duizend Hollandse soldaten te gaan functioneren. Vlak daarna werden in het buitengebied van de stad veel huizen in brand gestoken. De overheid verdacht de Hollandse soldaten van deze mistoestanden. Toen een maand later achthonderd Hollanders opdracht kregen het Maastrichtse garnizoen te gaan versterken, kwamen er achthonderd Pruisische soldaten voor in de plaats De nood werd dus niet kleiner! De stad kreeg nog met andere ongemakken te maken. Op zes juli 1703 overstroomde de rivier de Worm de stad Aken, waardoor vele huizen volledig vernield werden.

Schot verkleedt zich in een beer

Er deed zich overigens een jaar later nog een vreemd voorval voor in de buurt van Aken. Een Jezuïet uit het Hollandse Haaren was met twee van zijn studenten op weg naar de stad. Toen ze op een steenworp afstand waren, werd het drietal plotseling aangevallen door een paar honden. Vermoedelijk waren de dieren opgehitst door de calvinistische eigenaar die de mannen als “paepen” herkend had.  Toen vlak na dit bizarre incident de inmiddels gearriveerde medestudenten van het voorval hoorden besloten deze om revanche te gaan nemen. Ze vernielden huis en hof van de man en lieten hem naar Maastricht brengen. Of hij bestraft is, is niet duidelijk! Tijdens het Akense carnaval ( Fastnacht) van het jaar 1705 verkleedde een Schots onderofficier zich in een beer en belandde in een poel, “und ist in den Pfoull versoffen”, aldus de kroniek! Het naburige Simpelveld kende zijn eigen sores. Toen in 1704 een zekere Whittian er pastoor werd, werd korte tijd later het z.g. “Meyspel” verboden in de heerlijkheid Simpelveld.  Dit was een zeer populair folkloristisch gebeuren waarbij veel drinken en gezellige vrijages aan de orde van de dag waren. Het stak de starre Norbertijn Whittian dat een dergelijk evenement zich in zijn parochie kon afspelen. Het was niet het enige frictiepunt waar hij debet aan was. De man lag ook geregeld overhoop met de adellijke familie Von Rochow! Whittian zou voor ellende blijven zorgen!

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Bron: Land van Herle

Advertenties