Klachten over de bezorging

In het artikel “Bijdrage tot het postwezen van Heerlen” van L.Van Hommerich , uit het Land van Herle van juli-september 1973, wordt een zekere Christiaen van den Esschen als de laatste dienstdoende gemeente postbode onder de Hollandse regering genoemd. Hij was in dienst van 1785 tot 1795. De postbode was benoemd tegen een vast salaris. In de beginperiode liep hij eenmaal per week post op de stad Maastricht. Uit de notulen van de Banksvergaderingen van 11 september 1753 blijkt, dat er vanaf dat moment met een officiële en geregelde postdienst werd gestart . Vanaf 1784 kreeg de postbode de beschikking over een “tourkarre”, die hem in staat stelde zijn post makkelijker te bezorgen. In het jaar 1785, beginnend met Christiaen, kreeg de postbode van de overheid een exacte instructie betreffende de invulling van zijn taak. Op 31 juli 1786 besloot de Banksvergadering 12 gulden ter beschikking te stellen voor de aanschaf van een paar “steevels”. Goed schoeisel was zonder meer een pure noodzaak in die tijd. Vele wegen verkeerden afhankelijk van de weersgesteldheid, in bijzonder slechte staat. Naast de Heerlense postdienst op Maastricht bestonden er nog andere post- en bezorgingsdiensten op steden in de wijde omtrek. Zo deed de vroege “multinational”, het Duitse Thurn und Taxis, ook Heerlen. De koetsier ververste bij de standplaats de Geleenhof aan de Valkenburger weg zijn paarden. Vanaf 1795 organiseeerde het Franse bewind de postdiensten op een andere wijze. In een bijlage van 31 december 1784 wordt haarfijn uit de doeken gedaan hoe Christiaan aan zijn baan is gekomen. Er waren klachten van burgers en andere betrokkenen bij de Vrijheid en Hoofdbank Heerlen binnen gekomen over het gedrag van zijn voorganger Peeter Stahr. Dat scheen een legitieme reden om de man te vervangen. De nieuwe postbode heette vanaf nu van den Esschen. Hij kreeg een “jaarlijks Banks-fixe tractement van tien pattacons offte veertigh gls. Maestr. cours. Daartoe moest hij onder ede beloven dat hij de “Instructie voor den Banksweekentlijken postboode, gaende alhier van van Heerlen op Maestrigt”, zou onderschrijven.

“Schrijvens onervaeren”!

Dat deed hij gewillig op 14 september 1785 voor schepen Swildens. Christiaen was helaas “schrijvens onervaeren”, en tekende zijn contract met een kruisje. Kon onze goede man wel lezen? Hij moet wel iets hebben kunnen lezen, anders zou de bezorging van de post onmogelijk zijn geworden. De zeventien punten tellende instructie hield o.a. in dat hij in de zomermaanden (mei-augustus), op woensdag en zaterdag naar Maastricht zou gaan om  de post te bezorgen maar ook om post vanuit deze stad mee terug te nemen naar Heerlen. In de andere maanden was deze procedure enkel op zaterdag noodzakelijk. In de zomermaanden moest hij al erg vroeg uit de veren, daar hij zich om acht uur in de morgen te Maastricht met zijn postkar moest melden. Om precies drie uur in de namiddag moest hij  weer vertrekken richting Heerlen. Voor de overige maanden golden andere tijden. Hij moest zijn post steevast op een vooraf bepaalde plek, meestal bij een huis of in een herberg bezorgen. Terug in Heerlen was hij gehouden de post dezelfde avond nog bij de mensen aldaar te bezorgen. De bezorging in de gehuchten buiten de dorpen gelegen, konden en mochten volgens de geldende regels wachten tot de volgende dag. Voor elke brief mocht hij een stuiver vragen van de adressant. Als het poststuk zwaarder was, of in een van de gehuchten bezorgd moest worden, kon hij meer bezorgingsgeld vragen. Alle uitgaande post van Heerlen naar Maastricht moest uiterlijk om tien uur in de avond voorafgaand aan de volgende werkdag bij hem bezorgd worden. Bij ziekte moest Christiaan zelf voor een betrouwbare remplacant zorgen. Dronkenschap was volgens de reglementen een reden om bestraft te worden. In de praktijk was het echter moeilijk om alle verleidingen van de op de route liggende herbergen te vermijden. Als teken van zijn ambt droeg hij het koperen schild met St.Pancratius of Bankswaepen. Dit teken moest hij altijd op zijn linkerborst dragen. Oh ja, hij was ook nog verplicht om elke keer bij de secretaris van de Landman in Heerlen te informeren of er brieven van het gerecht waren om mee te nemen naar Maastricht voor de autoriteiten aldaar.

 

postbode

  • De postbode kondigt zijn komst aan!!
Advertenties